Art. 4.23 Bgh, Saneringsprogramma
1. Burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de spoorwegexploitant leggen het ingevolge artikel 4.18 opgestelde saneringsprogramma onverwijld voor aan Onze Minister en zenden tegelijkertijd, indien van toepassing, een afschrift van dit saneringsprogramma aan de spoorwegexploitant.
2. Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig saneringsprogramma, met inachtneming van de artikel 4.16 de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen vast waarop het saneringsprogramma betrekking heeft. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders en de spoorwegexploitant.
3. Onze Minister stelt ten aanzien van elk van de daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, tot het bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. De maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw tot de in artikel 4.25 bedoelde waarde.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4034
- ABRvS 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:616
- ABRvS 21 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3722
- ABRvS 21 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3720
- ABRvS 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2444
- ABRvS 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2443
- ABRvS 23 december 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK7458
- ABRvS 16 december 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK6773
- ABRvS 25 november 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK4314
- ABRvS 22 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH1109