Art. 1.2 Bgh, Algemeen
1. Als ander geluidsgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1 van de wet worden aangewezen:
a. een onderwijsgebouw;
b. een ziekenhuis;
c. een verpleeghuis;
d. een verzorgingstehuis;
e. een psychiatrische inrichting;
f. een kinderdagverblijf.
2. De aanwijzing als ander geluidsgevoelig gebouw in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan genoemd in artikel 1.1, onderdeel d.
3. Als geluidsgevoelig terrein als bedoeld in artikel 1 van de wet worden aangewezen:
a. een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag, en
b. een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.
4. Vervallen.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, wordt een kinderdagverblijf voor de toepassing van het Activiteitenbesluit milieubeheer gedurende drie jaar na inwerkingtreding van dat lid niet aangemerkt als ander geluidsgevoelig gebouw.
6. In afwijking van het derde lid, onderdeel b, wordt een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, voor de toepassing van het Activiteitenbesluit milieubeheer gedurende drie jaar na inwerkingtreding van dat lid niet aangemerkt als geluidsgevoelig terrein.
7. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, wordt een kinderdagverblijf, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dat onderdeel als zodanig is bestemd en is gelegen binnen de bestaande zone van een industrieterrein, voor de toepassing van artikel 2.14, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gedurende drie jaar na inwerkingtreding van dat onderdeel niet aangemerkt als ander geluidsgevoelig gebouw.
8. In afwijking van het derde lid, onderdeel b, worden een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van dat onderdeel als zodanig is bestemd en is gelegen binnen de bestaande zone van een industrieterrein, alsmede een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen, die op dat tijdstip in een gemeentelijke verordening was aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen en na dat tijdstip als zodanig is bestemd en is gelegen binnen de bestaande zone van een industrieterrein, voor de toepassing van artikel 2.14, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet aangemerkt als geluidsgevoelig terrein tot het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 16 juni 2014 ingediende voorstel van wet houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) tot wet wordt verheven en in werking treedt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616
- ABRvS 19 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1947
- ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1781
- ABRvS 2 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3322
- ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228
- ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3067
- ABRvS 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:340
- ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:230
- ABRvS 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1434
- ABRvS 22 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1769
- ABRvS 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1586
- ABRvS 13 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1230
- ABRvS 12 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1886
- Rb. Rotterdam 19 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6402
- ABRvS 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4172
- ABRvS 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3060
- ABRvS 17 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:399
- ABRvS 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4571
- ABRvS 6 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1016
- ABRvS 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:289