Bijlage 2 Regeling vaststelling toetstermen examens financiële dienstverlening
Regeling vaststelling toetstermen examens financiële dienstverlening
Nummer toetsterm Termen T Eindterm 2a: De financiële dienstverlener inzake hypothecair krediet is in staat ten behoeve van een juist en verantwoord advies de kredietbehoefte van de consument vast te stellen in termen van wensen en mogelijkheden, mede op basis van diens toekomstige situatie. 2a.1 De kandidaat kan de elementen benoemen die een rol kunnen spelen bij het bepalen van het klantprofiel, ook in het kader van zijn toekomstige situatie. K 2a.2 De kandidaat kan de risico’s voor de klant in kaart brengen en de consequenties uitleggen. B 2a.3 De kandidaat kan de wensen van de klant, zowel wat betreft de woning als de financiering, inventariseren en de financiële consequenties daarvan berekenen. Tp Eindterm 2b: De financiële dienstverlener inzake hypothecair krediet is in staat de benodigde informatie te verzamelen en te beschrijven zodat alle relevante aspecten mee kunnen worden genomen in het advies. 2b.1 De kandidaat kan de elementen van een kredietaanvraag omschrijven. K 2b.2 De kandidaat kan uitleggen waarom de identiteit, de leeftijd en de burgerlijke staat van de aanvrager(s) van belang zijn. B Eindterm 2c: De financiële dienstverlener inzake hypothecair krediet is in staat (globaal) de structuur en werking van de woning- en hypotheekmarkt te verduidelijken, inclusief de afweging kopen versus huren. 2c.1 De kandidaat kan de overwegingen benoemen bij het beantwoorden van de vraag “kopen of huren?” K 2c.2 De kandidaat kan de theoretische samenhang tussen vraag en aanbod en prijsvorming uitleggen. B 2c.3 De kandidaat kan onderscheid maken tussen de diverse categorieën vragers op de hypotheekmarkt. B 2c.4 De kandidaat kan onderscheid maken tussen de verschillende categorieën aanbieders op de hypotheekmarkt wat betreft de rol, werkwijze en marktbenadering, en de gangbare distributiekanalen indelen. B 2c.5 De kandidaat kan de wet- en regelgeving op het gebied van publiekrechtelijke gebruiksbeperkingen omschrijven en uitleggen. B Eindterm 2d: De financiële dienst