Bijlage 1 Regeling vaststelling toetstermen examens financiële dienstverlening

Regeling vaststelling toetstermen examens financiële dienstverlening

Nummer toetsterm Term T Eindterm 2a: De financiële dienstverlener is in staat de begrippen consument, producent, sparen, ontsparen en lenen aan de hand van een eenvoudige economische kringloop uit te leggen 2a.1 De kandidaat kan het verband aangeven tussen de begrippen consument en producent. B 2a.2 De kandidaat kan omschrijven wanneer een consumentenhuishouding spaart en ontspaart, en leent. K 2a.3 De kandidaat kan in een eenvoudige economische kringloop de geldstromen en goederenstromen beschrijven. K Eindterm 2b: De financiële dienstverlener is in staat eenvoudige financiële overzichten (opbrengsten/uitgaven en bezittingen/schulden) voor een consumentenhuishouding op te stellen 2b.1 De kandidaat kan aan de hand van een gegeven eenvoudige financiële opstelling van inkomsten en uitgaven de huidige bestedingsruimte van een consument berekenen. Tp 2b.2 De kandidaat kan een overzicht maken van het persoonlijk vermogen van de consument. Tp Eindterm 2c: De financiële dienstverlener is in staat eenvoudige financiële overzichten (opbrengsten/uitgaven en bezittingen/schulden) voor een consumentenhuishouding voor een moment in de toekomst, rekening houdend met het levensfasemodel op te stellen 2c.1 De consumentenhuishouding doorloopt in de tijd een aantal levensfasen; de kandidaat kan deze fasen benoemen. K 2c.2 De kandidaat kan aan de hand van een eenvoudige casus financiële overzichten (opbrengsten/uitgaven en bezittingen/schulden) voor een consumentenhuishouding opstellen voor een moment in de toekomst, rekening houdend met het levensfasemodel. Tp Eindterm 2d: De financiële dienstverlener is in staat een eenvoudig vermogensplan voor een consument op basis van de huidige en toekomstige financiële positie op te stellen 2d.1 De kandidaat kan een eenvoudig vermogensplan opstellen met aantoonbare kennis van de basisprincipes en consequenties van inkomen, sparen, lenen, verzekeren en beleggen. Tp Eindterm 2e: De financiële dienstverlener is in staat aan te geven welke risico’s