Art. 5:89f Wft, Rapportages

Wet op het financieel toezicht (Wft)

1. Een beleggingsonderneming of een marktexploitant die een in Nederland gelegen handelsplatform exploiteert waarop wordt gehandeld in grondstoffenderivaten of van emissierechten afgeleide instrumenten publiceert, indien zowel het aantal personen als hun openstaande posities de ingevolge artikel 58, zesde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 vastgestelde drempelwaarden overschrijden:

a. indien op het handelsplatform opties worden verhandeld: twee wekelijkse rapporten, waarvan een geen betrekking heeft op opties, met de geaggregeerde posities van de verschillende categorieën personen voor de verschillende grondstoffenderivaten of van emissierechten afgeleide instrumenten die op het handelsplatform worden verhandeld;

b. indien op het handelsplatform geen opties worden verhandeld: een wekelijks verslag over de onderwerpen, bedoeld in onderdeel a.

2. De beleggingsonderneming of marktexploitant zendt een afschrift van de twee wekelijkse rapporten dan wel van het wekelijkse verslag, bedoeld in het eerste lid, aan de Autoriteit Financiële Markten en de Europese Autoriteit voor effecten en markten.

3. De Autoriteit Financiële Markten kan de beleggingsonderneming of marktexploitant, bedoeld in het eerste lid, verplichten ten minste een keer per dag een volledige uitsplitsing te verstrekken van de handelsposities in grondstoffenderivaten of van emissierechten afgeleide instrumenten van de personen die op het handelsplatform handelen in deze financiële instrumenten.

4. Bij de toepassing van het eerste lid neemt de beleggingsonderneming of marktexploitant de ingevolge artikel 58, vijfde en zevende lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels in acht en bij de toepassing van het derde lid neemt de beleggingsonderneming of marktexploitant de ingevolge artikel 58, vijfde lid, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde regels in acht.

5. Dit artikel is niet van toepassing op effecten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt 44, onderdeel c, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 die betrekking hebben op een grondstof of onderliggende waarde als bedoeld in bijlage I, deel C, punt 10, bij die richtlijn.