Art. 3:10 Wft, Regels voor het werkzaam zijn op de financiële markten
Wet op het financieel toezicht (Wft)
1. Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling met zetel in Nederland voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van haar onderscheidenlijk zijn bedrijf waarborgt. Hieronder wordt verstaan dat:
a. belangenverstrengeling wordt tegengegaan;
b. wordt tegengegaan dat de financiële onderneming of haar werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden;
c. wordt tegengegaan dat wegens haar cliënten het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kan worden geschaad; en
d. wordt tegengegaan dat andere handelingen door de financiële onderneming of haar werknemers worden verricht die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de minimumvoorwaarden waaraan het beleid, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.
3. Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid verstrekt aan de Nederlandsche Bank bij algemene maatregel van bestuur te bepalen informatie over incidenten die verband houden met de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid.
4. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1274
- HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1276
- CBb 18 oktober 2022, ECLI:NL:CBB:2022:707
- Hof Amsterdam 30 juli 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2822
- CBb 20 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:274
- Conclusie A-G Hartlief 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358
- Hof Amsterdam 19 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:281
- Rb. Rotterdam 31 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5635
- Rb. Amsterdam 29 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3918
- Rb. Rotterdam 9 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3342
- Rb. Amsterdam 6 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1246
- Conclusie A-G Hartlief 9 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:934
- Conclusie A-G Hartlief 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359
- Hof Amsterdam 13 juli 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2971
- Rb. Rotterdam 3 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1666
- Rb. Amsterdam 29 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3916
- Rb. Amsterdam 2 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:7931
- Conclusie A-G Snijders 12 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:35
- Rb. Rotterdam 5 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13638
- Rb. Den Haag 2 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19847