Art. 5 Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming

Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming

Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing:

a. het feitelijk gebruik;

b. de verkavelingssituatie;

c. de ontsluitingssituatie;

d. de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;

e. de mate van egaliteit van het maaiveld;

f. de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;

g. de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;

h. overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en

i. andere dan agrarische kenmerken.