Art. 12 Rbrg 2006, De beoordeling van de reinigbaarheid en immobiliseerbaarheid van verontreinigde grond
Regeling beoordeling reinigbaarheid grond (Rbrg 2006)
1. Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond, die bij de toepassing van artikel 9 niet-reinigbaar of niet-immobiliseerbaar en bij de toepassing van artikel 11 niet-reinigbaar blijkt te zijn, geldt desalniettemin als reinigbaar of immobiliseerbaar mits naar het oordeel van de Minister redelijkerwijs kan worden verwacht dat die grond metterdaad kan worden gereinigd of geïmmobiliseerd binnen 5 jaar te rekenen met ingang van de dag dat die grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar werd beoordeeld en tijdens die periode voldoende opslagcapaciteit voor die grond aanwezig is.
2. Residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond, wordt aangemerkt als niet-immobiliseerbaar.