Art. 6 Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006, De subsidieverlening

Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006

De subsidieverlening wordt geweigerd, indien:

a. het CO2-reductieproject wordt uitgevoerd in het kader van bouwen dat moet worden aangemerkt als het geheel vernieuwen van een gebouw;

b. de CO2-reductie als gevolg van het CO2-reductieproject minder dan 400 ton CO2 bedraagt over een periode van 20 jaar, bepaald aan de hand van de voorzieningenlijsten, opgenomen in de bijlagen IIIa en IIIb bij deze regeling;

c. een aanvrager vóór de indiening van de aanvraag in verband met de aanschaf van de voorzieningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd reeds verplichtingen is aangegaan;

d. in de aanvraag naar het oordeel van de minister niet aannemelijk wordt gemaakt dat de subsidieaanvrager binnen zes maanden na de subsidieverlening opdracht zal geven tot uitvoering van het CO2-reductieproject;

e. ter zake van het CO2-reductieproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een verklaring als bedoeld in artikel 3.42, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is aangevraagd dan wel verstrekt;

f. ter zake van het CO2-reductieproject waarvoor de subsidie wordt aangevraagd een andere subsidie voor dezelfde voorzieningen is aangevraagd dan wel verstrekt, of

g. een voorziening voorafgaand aan de aanschaf reeds is gebruikt.