Bijlage V Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006: controleprotocol accountantsverklaring inzake de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006
Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006
In de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 is bepaald dat bij afronding van de uitgevoerde projecten een aanvraag voor de subsidievaststelling moet worden ingediend. Indien de subsidie € 50.000 of meer bedraagt dient bij deze aanvraag een accountantsverklaring te worden bijgevoegd conform artikel 14 van het Besluit milieusubsidies. Het doel van dit controleprotocol is het verduidelijken van de verwachtingen en eisen, welke het Ministerie van VROM heeft inzake de reikwijdte en diepgang van de door de accountant uit voeren werkzaamheden. In dit protocol wordt een korte inhoudsbeschrijving van de regeling, de uitgangspunten bij de controle en een model accountantsverklaring gegeven. Het Ministerie van VROM heeft met de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 als doel het verstrekken van subsidies voor projecten die beogen Nederlandse huishoudens met lage inkomens te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing. SenterNovem voert de regeling in opdracht van het Ministerie van VROM uit. Er zijn twee begunstigden van deze regeling: de initiatiefnemers van de projecten (aanvragers) en de uiteindelijke begunstigden van de projecten, de huishoudens met lage inkomens. Subsidie is mogelijk voor projecten die beogen de doelgroep te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing binnen het huishouden, het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen daarbij inbegrepen (tochtstrips, radiatorfolie, waterbesparende douchekoppen en kranen, spaarlampen, leidingisolatie). 1. Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager in de bij de subsidieaanvraag vermelde periode gemaakte en betaalde kosten: 2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een re
- 1. Alle natuurlijke of rechtspersonen uit alle landen kunnen een aanvraag om subsidie voor hun project indienen. Voorbeelden van organisaties die in aanmerking komen zijn lokale overheden, maar ook woningverhuurders, huurderorganisaties, verenigingen van eigenaren, buurtverenigingen, energiebedrijven, doe-het-zelfzaken, supermarkten, warenhuizen en elektrotechnische- en verlichtingsspeciaalzaken.
- 2. Huishoudens met lage inkomens worden gedefinieerd als de eerste 20% inkomensgroep (eerste of tweede inkomensdeciel), zoals voor 2004 (Regionaal Inkomensonderzoek) is vastgesteld door het CBS, niet zijnde rechtspersonen. Particuliere huishoudens (alleen natuurlijke personen) binnen deze groep hebben een besteedbaar huishoudeninkomen tot € 14.000,– per jaar.
- a. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, met een maximum gemiddeld uurloon van € 110,– inclusief BTW;
- b. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
- c. kosten van aanschaf van eenvoudige energiebesparende voorzieningen, eveneens op basis van historische (aanschaf)prijzen;
- d. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten;
- e. reis- en verblijfkosten, tot een maximum van 10% van de projectkosten;
- f. algemene kosten, tot een maximum van 40% van de loonkosten, bedoeld onder a.
- g. kosten van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder C, tot een maximum van 8 uren, met een maximum uurloon van € 110,– inclusief BTW.
- – dat de opzet, bestaan en werking van de administratieve organisatie en interne controle voldoende waarborgen geven dat in de einddeclaratie opgenomen gegevens juist en volledig zijn en dat daaruit de subsidiabele kosten en de gerealiseerde opbrengsten op een duidelijke wijze zijn af te lezen;
- – dat de gelden zijn besteed aan het doel waarvoor zij zijn verleend en dat de opgave van de kosten die gesubsidieerd worden juist is berekend;
- – of geen winstopslag is opgenomen in de gerealiseerde kosten die ten goede komt aan de subsidieontvangers;
- – of de opbrengsten van de gesubsidieerde activiteiten juist en volledig zijn weergegeven;
- – in hoeverre de initiatiefnemers zelf profijt hebben gehad bij de subsidieregeling door het verkopen van energiebesparende producten en omzet vergroting door o.a. (in)directe reclame voor hun producten;
- – of het bovenvermelde profijt juist en volledig in mindering is gebracht op de subsidie;
- – of de financiële verantwoording voldoet aan de vereiste vorm en mate van detaillering.;
- – of sprake is van tijdigheid bij het gereedkomen van het project, bij de indiening van de aanvraag voor definitieve vaststelling van de subsidie, en bij het tussentijds melden van omstandigheden die van invloed kunnen/konden zijn op de subsidiebijdrage.
- – de gelden zijn besteed aan het doel waarvoor zij zijn bestemd,
- – de gelden zijn besteed in overeenstemming met de van toepassing zijnde regelgeving en voorwaarden,
- – de einddeclaratie juist is en voldoet aan de voorgeschreven mate van detaillering.