Bijlage I Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006: prognose profijtverklaring inzake de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006

Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006

Op grond van de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 moet een accountantsverklaring worden ingediend bij de aanvraag voor subsidieverlening in het kader van deze regeling. In dit controleprotocol worden een korte inhoudsbeschrijving van de regeling, de uitgangspunten bij de controle en een model accountantsverklaring gegeven. Het Ministerie van VROM heeft met van de Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006 als doel het verstrekken van subsidies voor projecten die beogen Nederlandse huishoudens met lage inkomens te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing. SenterNovem voert de regeling in opdracht van het Ministerie van VROM uit. Er zijn twee begunstigden van de regeling: de initiatiefnemers van de projecten (aanvragers) en de uiteindelijke begunstigden van de projecten, de huishoudens met lage inkomens. Subsidie is mogelijk voor projecten die beogen de doelgroep te adviseren over en te ondersteunen bij energiebesparing (en een gezond binnenklimaat) binnen het huishouden, het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen daarbij inbegrepen (tochtstrips, radiatorfolie, waterbesparende douchekoppen en kranen, spaarlampen, leidingisolatie). 1. Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager in de bij de subsidieverlening vermelde periode gemaakte en betaalde kosten: 2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als subsidiabele kosten mede in aanmerking wordt genomen. 3. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen. Bij aan derden verschuldigde kosten voor het verlenen van diensten ten behoeve van het projec