Art. 16 Vrijstellingsregeling Wfd

Vrijstellingsregeling Wfd

Van hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 26, eerste lid, 27, eerste lid, en 28, derde lid, aanhef en onder a, van de wet en ingevolge de artikelen 26, tweede lid, 28, derde lid, aanhef en onder b, en 100 van de wet, voor zover het ingevolge dit laatstgenoemde artikel bepaalde betrekking heeft op personen als bedoeld in de artikelen 26, eerste lid en 27, eerste lid, van de wet, en op maatregelen als bedoeld in artikel 28, derde lid, aanhef en onder a, van de wet zijn vrijgesteld:

a. verzekeraars die in het bezit zijn van de in artikel 11 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf bedoelde vergunning, voor zover het hen niet ingevolge de artikelen 37 en 41 van die wet is verboden financiële diensten te verlenen; en

b. verzekeraars die in het bezit zijn van de in artikel 24, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bedoelde vergunning en onderlinge waarborgmaatschappijen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 waaraan een verklaring ingevolge artikel 2 of 3 van dat besluit is verleend, voor zover het deze verzekeraars en onderlinge waarborgmaatschappijen niet ingevolge de artikelen 64, eerste lid, en 89, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 is verboden financiële diensten te verlenen.