Bijlage 6 Rfbb: behorende bij artikel 8, Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2005
Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2005 (Rfbb)
Ter bepaling of, en zo ja voor welk deel de verontreiniging op of in de bodem van een bedrijfsterrein is veroorzaakt vóór 1-1-1975 Inhoud 1. Begrippenlijst 2. Het protocol Ouderdomsbepaling 2.1 De Bedrijvenregeling 2.2 Voor wie is het protocol ouderdomsbepaling bestemd 2.3 Doel en werkwijze 2.4 Het formulier ouderdomsbepaling 2.4.1 Algemene gegevens initiatiefnemer 2.4.2 Stap 1: bedrijfsgegevens en gegevens over gebruikte stoffen 2.4.3 Stap 2: algemene beoordeling periode veroorzaking verontreiniging als gevolg van de bedrijfsvoering 2.4.4 Eindconclusie 2.4.5 Het formulier 3. De Stoffenlijst Van 2003 tot aan de inwerkingtreding van het Besluit financiële bepalingen bodemsanering is het voor eigenaren en erfpachters van in bedrijf zijnde en blijvende bedrijfsterreinen mogelijk geweest om op grond van provinciale en gemeentelijke subsidieverordeningen subsidie aan te vragen tijdens het zogenaamde interimbeleid Bedrijvenregeling. Met de komst van het Besluit Financiële bepalingen bodemsanering is er een wettelijke verankering van de convenantsafspraken uit 2001. In het besluit wordt uitgegaan van een overheidsbijdrage voor de sanering van ernstige gevallen van bodemverontreiniging veroorzaakt vóór 1-1-1975, waarbij in een beschikking bedoeld als in artikel 37, eerste lid van de Wet Bodembescherming is vastgesteld dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dat spoedig dient te worden gesaneerd, dan wel waarbij de noodzaak tot sanering is ontstaan naar aanleiding van voorgenomen activiteiten op het desbetreffende bedrijfsterrein. Ter uitwerking van artikel 11, eerste lid sub a van het Besluit financiële bepalingen bodemsanering wordt de beoordelingswijze van het criterium van 'veroorzaking vóór 1975' geregeld in dit protocol. Door het protocol te volgen wordt in twee stappen aantoonbaar gemaakt of, en zo ja voor welk deel, de verontreiniging op of in de bodem van een bedrijfsterrein voor 1-1-1975, is veroorzaakt. Tijdens het interimbeleid werd voor deze
- • Bedrijfsactiviteiten: alle gegevens over de activiteiten van het bedrijf zoals die in officiële documenten (register Kamer van Koophandel, notariële akten, vergunningen, jaarrekeningen etc.) voorkomen voor zover ze relevant zijn voor het beoordelen van het geval van bodemverontreiniging in het kader van het protocol.
- • Besluit Financiële bepalingen bodemsanering: de Algemene Maatregel van Bestuur waarin de bedrijvenregeling wettelijk is verankerd.
- • Cluster van gevallen: een aantal gevallen van verontreiniging die gezamenlijk worden gesaneerd.
- • Convenant: het convenant bodemsanering in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen d.d. 11 juni 2001 en de daarbij gevoegde notitie bodemsanering bedrijfsterreinen en de notitie aanzet tot een protocol ter bepaling van de ontstaansperiode van verontreinigingen in de bodem in relatie tot het jaar 1975 (Ouderdomsbepaling).
- • GLOBIS: Geografisch Landelijk Overheids Bodem InformatieSysteem (informatiesysteem voor bevoegde overheden bodemsanering).
- • Formule: via de formule kan rekenkundig de mate van verontreiniging vóór 1-1-1975 worden bepaald. Het percentage dat uit de formule komt, wordt vermenigvuldigd met het voor het bedrijf toepasselijke subsidiepercentage: dit is het zogenaamde ‘pro-rata temporis’ principe.
- • Modale situatie: dit is het referentieniveau voor de formule ter vaststelling of de veroorzaking van de bodemverontreiniging in belangrijke mate heeft plaatsgevonden vóór 1-1-1975, waarbij wordt uitgegaan van een bedrijfssituatie en een bedrijfsvoering conform voor die tijd geldende normen en richtlijnen.
- • Potentieel bodemverontreinigende activiteiten (pba’s): zijn die activiteiten die een geval van bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, zoals productie, op- en overslag van stoffen.
- • Stoffenlijst: lijst met stoffen en processen, waarbij algemeen bekend is dat deze uitsluitend een toepassing kenden vóór 1-1-1975 (categorie 1) of een toepassing kenden zowel voor als na 1-1- 1975 (categorie 2) of uitsluitend op of na 1-1-1975 (categorie 3). De lijst is weergegeven in hoofdstuk 4.
- • Standaardwaarden: waarden die in de formule zijn opgenomen om de modale situatie te kunnen kwantificeren.
- • UBI-code: de Uniforme Bron Indeling potentieel bodemvervuilende activiteiten: landelijke standaardcode waarmee bodembedreigende activiteiten door de overheid worden beschreven.
- • Vooronderzoek of historisch onderzoek (NEN 5725): vooronderzoek of historisch onderzoek (NEN 5725): 2017, Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek.
- • Verkennend onderzoek (NEN 5740): deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging.
- • Weegfactoren: waarden die in de formule zijn opgenomen om veranderingen in de omvang van de potentieel bodembedreigende activiteiten te kunnen kwantificeren.
- a. Het bevoegd gezag Wet Bodembescherming tevens belast met het uitvoeren van de bedrijvenregeling zoals vastgelegd in het Besluit Financiële bepalingen bodemsanering. Hierna te noemen 'bevoegd gezag'.
- b. Eigenaren of erfpachters van in gebruik zijnde bedrijfsterreinen die in aanmerking willen komen voor een bijdrage in de saneringskosten vanuit de bedrijvenregeling. Hierna te noemen 'initiatiefnemer'.
- • algemene informatie over de aanvrager en het geval van bodemverontreiniging;
- • inhoudelijke informatie bij stap 1 en eventueel stap 2 al dan niet leidend tot de vaststelling van ‘veroorzaking vóór 1975’;
- • de verklaring van de initiatiefnemer en de eindconclusie van het bevoegd gezag.
- ○ Indien er sprake is van een categorie 1 stof of indien uitsluitend sprake is van een eenmalige gebeurtenis of incident, waarbij de datum bekend is en is gelegen vóór 1-1-1975, dan wordt voor 100% aan het criterium van 'veroorzaking vóór 1975' voldaan. Initiatiefnemer vult het blad voor stap 1 in, voegt indien nodig onderbouwende informatie in de vorm van onderzoeksrapporten toe, ondertekent het statusblad en dient het geheel in bij het bevoegd gezag met het verzoek om conform de aanvraag tot vaststelling van de ouderdom over te gaan.
- ○ Indien er sprake is van een categorie 2 stof moet worden vastgesteld gedurende welke periode de verontreiniging is ontstaan. Dit gebeurt in stap 2.
- ○ Indien er sprake is van een categorie 3 stof, is er geen sprake van verontreiniging voor 1975 en voldoet initiatiefnemer niet aan het criterium van 'veroorzaking vóór 1975'.
- a. Een productieproces is gestart in 1967 en geëindigd in 1984, waarbij de potentieel bodem- verontreinigende activiteit (pba) gelijk is gebleven. Volgens de berekening wordt het percentage dan:
- b. Een productieproces is gestart in 1958 en is nog in bedrijf, waarbij de potentieel bodem- verontreinigende activiteit (pba) gelijk is gebleven. Volgens de berekening wordt het percentage dan: