Bijlage 7 BFD: behorend bij artikel 16, eerste lid, onder f. Beleggen B
Besluit financiële dienstverlening (BFD)
Voor de vaststelling van de deskundigheid, bedoeld in artikel 16, eerste lid, gelden voor de beleggingsadviseur/adviseur in effecten de eindtermen genoemd in de artikelen 2 tot en met 5 van deze bijlage. De beleggingsadviseur beschikt over onderstaande kennis en is in staat de kennis genoemd in het eerste lid toe te passen in het kader van het verlenen van zijn financiële diensten als adviseur: De beleggingsadviseur beschikt over onderstaande kennis en is in staat de kennis genoemd in het eerste lid toe te passen in het kader van het verlenen van zijn financiële diensten als adviseur: De beleggingsadviseur is in staat: De beleggingsadviseur is ten behoeve van de advisering van consumenten in staat: De beleggingsadviseur is in het kader van het beheer van portefeuilles in staat:
- a. grondige kennis van producten (financiële instrumenten) die op de markt van effecten, opties en futures worden verhandeld;
- b. grondige kennis van de waarde van deze producten plus de factoren die daarop van invloed zijn;
- c. kennis van de basisprincipes van «fundamentele analyse» en «technische analyse»;
- d. globale kennis van portefeuille-theorieën;
- e. globale kennis van de macro-economische variabelen die van invloed zijn op de handel in effecten, opties en futures;
- f. globale kennis van de marktorganisatie, de organisatie van handel en kanalen waarlangs transacties tot stand komen; en
- g. kennis inzake de partijen in de markt.
- a. a grondige kennis van methoden en modellen voor het opstellen van een beleggingsplan voor een consument;
- b. kennis inzake met welke producten beleggingsportefeuilles gevormd kunnen worden;
- c. grondige kennis van de risico’s van de diverse beleggingsmogelijkheden, met name op het gebied van aandelen, obligaties, opties en futures; kent de dekkingsinstrumenten;
- d. kennis inzake portefeuille-invulling bij een specifiek risicoprofiel;
- e. grondige kennis van de redenen die aanleiding geven tot herziening van een beleggingsportefeuille;
- f. grondige kennis van de belangrijkste instrumenten ter meting en beoordeling van performance en hun sterke en zwakke punten;
- g. kennis inzake de administratie, garantie en afwikkeling van transacties;
- h. kennis inzake de administratie van beleggingsportefeuilles;
- i. kennis van de bij wet of gedragscode verboden handelingen en de reden tot verbod; en
- j. kennis inzake de handelsregels van de beurs waarop hij actief is en kan aangeven wanneer gegevens buiten-reglementair zijn.
- a. presentaties te houden voor groepen (potentiële) klanten en financiële intermediairs om hun bekendheid met de product- en dienstverlening op het gebied van effecten te vergroten;
- b. bij (potentiële) klanten te inventariseren of zij gelet op de vermogensomvang, de rekeningvoeding en de te verwachten winstgevendheid in aanmerking komen voor begeleiding en advisering op effectengebied;
- c. de beleggingsvisie van de effecteninstelling met de (potentiële) klant te bespreken en te informeren over de mogelijkheden op beleggingsgebied in het algemeen en met betrekking tot effecten in het bijzonder;
- d. consumenten het verschil uit te leggen tussen beheer en advies;
- e. de omstandigheden van consumenten en hun beleggingsdoelstellingen, tijdshorizon, uitgangspunten, mogelijkheden en risicoprofiel in beeld te brengen en op basis daarvan beleggingsplannen op te stellen;
- f. adequaat het wettelijke kader en (fiscale) regelgeving toe te passen; en
- g. de wettelijke verplichtingen te vertalen naar de dagelijkse praktijk en de consument zonodig op risico’s te wijzen.
- a. (cijfermatige) informatie inzake bedrijven, sectoren, beurzen, economieën en dergelijke te volgen en te interpreteren;
- b. internationale ontwikkelingen op politiek, economisch en maatschappelijk gebied te volgen en te interpreteren en zich een oordeel te vormen over de mogelijke effecten op de koersvorming;
- c. prognoses inzake financieel-economische ontwikkelingen in binnen- en buitenland te interpreteren tegen de achtergrond van de historie;
- d. een schriftelijk beargumenteerd beleggingsadvies op te stellen;
- e. met (potentiële) klanten in de Engelse en Nederlandse taal te communiceren over hun beleggingen; en
- f. te beoordelen welke handelingen bij wet of gedragscode verboden zijn en in voorkomende gevallen grenzen aan te geven.
- a. in te spelen op (verwachte) marktontwikkelingen en zijn visie ten aanzien van (wijzigingen in) de samenstelling van de portefeuille te onderbouwen;
- b. de ontwikkeling van nieuwe producten bij te houden en zijn klanten te adviseren omtrent nieuwe producten in bestaande beleggingsportefeuilles;
- c. effectenorders door te geven en toe te zien op een correcte uitvoering en administratieve afhandeling;
- d. zich in voorkomende gevallen op de hoogte te stellen van de betrouwbaarheid van onbekende banken, commissionairs, brokers en dergelijk;
- e. de effectenportefeuille van zijn klant te analyseren en, mede op grond van diens specifieke wensen, een oordeel over kwaliteit, rendement en risico te geven; en
- f. de samenstelling van de effectenportefeuille te toetsen aan de met klant overeengekomen doelstellingen.