Art. 82 Diergeneesmiddelenregeling, Verboden stoffen

Diergeneesmiddelenregeling

Als substanties als bedoeld in artikel 44 van de wet worden aangewezen:

a. stilbenen, stilbeenderivaten, zouten en de esters daarvan;

b. somatotropines;

c. substanties die kunnen worden gebruikt voor de bereiding van diergeneesmiddelen welke zijn aangewezen ingevolge artikel 29 van de wet;

d. substanties die niet zijn opgenomen in bijlage I, II of III bij verordening (EEG) nr. 2377/90 of, indien en voor zover de in artikel 27, eerste lid, van verordening (EG) nr. 470/2009 bedoelde verordening in werking is getreden en de bijlagen bij verordening (EEG) nr. 2377/90 niet langer van toepassing zijn, substanties die niet in een lijst zijn ingedeeld overeenkomstig artikel 14, tweede lid, onderdeel a, b of c van verordening (EG) nr. 470/2009;

e. entstoffen voor honden en katten die een niet-geïnactiveerd hondsdolheidvirus bevatten;

f. substanties met thyreostatische, oestrogene, androgene of gestagene werking;

g. β-agonisten.