Art. 4 Rsp vl 2006
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan van artikel 3, tweede lid, onder a, b en c, afwijken, indien:
a. het gevolg van die afwijking is dat projecten vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing gezamenlijk uitgevoerd worden met andere werken aan de (spoor)weg;
b. dit, gelet op het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard;
c. toepassing wordt gegeven aan artikel 1a van het Besluit geluidhinder spoorwegen;
d. toepassing wordt gegeven aan artikel 99a van de Wet geluidhinder.