Bijlage 4 Regeling GLB-inkomenssteun 2006: berekening, bedoeld in artikel 10

Regeling GLB-inkomenssteun 2006

De berekening bestaat uit de vermenigvuldiging van onderstaande componenten: (A / B) X (C / D) waarin: de component (A / B) bestaat uit de deling van: A: het totale aantal geconstateerde dieren of geconstateerde oppervlakten van de landbouwer in alle referentiejaren voor betalingen op grond van de onderscheidenlijke artikelen 76, 83, 130, eerste lid, onderdeel a en 130, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1782/2003, en B: de som van het aantal onderscheidenlijke referentiejaren, vermenigvuldigd met: de component (C / D), die bestaat uit de deling van: C: het nationaal plafond, D: gemiddeld aantal geconstateerde dieren of geconstateerde oppervlakten in Nederland voor betalingen op grond van de onderscheidenlijke artikelen 76, 83, 130, eerste lid, onderdeel a en 130, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1782/2003, en waarin wordt verstaan onder: referentiejaren: nationaal plafond: voor volwassen runderen: het gemiddelde van de voor Nederland beschikbare bedragen voor volwassen runderen, bedoeld in Bijlage I van verordening 552/2007 en Bijlage I van verordening 674/2008; voor kalveren: het gemiddelde van de voor Nederland beschikbare bedragen voor geconstateerde kalveren, bedoeld in Bijlage I van verordening 1156/2006, respectievelijk Bijlage I van verordening 552/2007 en Bijlage I van verordening 674/2008; voor eiwithoudende gewassen: het voor Nederland beschikbare bedrag voor de geconstateerde oppervlakten met eiwithoudende gewassen, bedoeld in Bijlage XII van verordening 73/2009; voor noten: het voor Nederland beschikbare bedrag voor de areaalbetaling voor noten, bedoeld in Bijlage XII van verordening 73/2009. Artikel V van Stcrt. 2009/19470 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.