Bijlage B Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW: bij artikel 14, eerste en tweede lid

Beleidsregel ontheffingverlening exceptionele transporten RDW

De voor het voertuig of de voertuigen ten behoeve van het exceptioneel transport afgegeven en voor de ontheffing vereiste voertuigtechnische documenten moeten bij de uitvoering van het exceptioneel transport aanwezig zijn. Indien als voorschrift transportbegeleiding aan de ontheffing is verbonden, moet de transportbegeleiding worden uitgevoerd door een Erkend Particulier Begeleider met een begeleidingsvoertuig, uitgerust met hulpmiddelen en waarvan aan de buitenzijde zichtbaar is dat het wordt ingezet voor transportbegeleiding. Indien in het voertuig hulpbesturing aanwezig is, geldt ten aanzien van het gebruik van de hulpbesturing dat: Het bijplaatsen van lading is toegestaan, indien deze lading: Indien het een ontheffing voor modulaire voertuigen betreft geldt dat: Het voertuig of samenstel van voertuigen moet bij gebruik in onbeladen toestand altijd tot de kleinst mogelijke afmetingen zijn teruggebracht. Indien een ander, vervangend, voertuig of samenstel van voertuigen dan in de ontheffing is vermeld bij de uitvoering van het exceptioneel transport wordt gebruikt, geldt onverminderd het bepaalde in artikel 1 van deze bijlage, het volgende: Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A, B, F, tot en met H en artikel IV van de Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994 (verlenen ontheffingen door Dienst Wegverkeer) in werking treden.