Art. 2 Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006
Vergoedingenbesluit Wet Nationale ombudsman 2006
1. De vergoeding, bedoeld in artikel 1c, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bedraagt:
a. voor provincies: € 0,0061 per 1 september 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: € 0,0080 per inwoner per jaar;
b. voor gemeenten: € 0,2321 per 1 september 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: € 0,2945 per inwoner per jaar;
c. voor waterschappen: € 0,0116 per 1 september 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: € 0,0152 per ingezetene per jaar;
d. voor openbare lichamen: USD 0,1989 per 1 september 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: USD 0,2582 per inwoner per jaar.
2. Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en b, wordt uitgegaan van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd.
3. Voor de berekening van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, doen de waterschappen uiterlijk op 1 juli van het jaar waarover de vergoeding is verschuldigd, aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgaaf van de aantallen ingezetenen, bedoeld in artikel 116 van de Waterschapswet.