Art. 44 WIA, Nadere bepalingen met betrekking tot vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
1. Artikel 43, onderdeel d, is niet van toepassing op:
a. de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg; en
b. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een justitiële inrichting.
2. In afwijking van artikel 49, eerste lid, onderdeel b, en 56, eerste lid, onderdeel b, is artikel 43, onderdeel d, eerst van toepassing met ingang van de dag dat de persoon één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen. Artikel 43, onderdeel d, is evenwel van toepassing met ingang van de eerste dag van de vrijheidsontneming indien de persoon, bedoeld in de eerste zin, op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een WGA-uitkering omdat er op hem een uitsluitingsgrond van toepassing is als bedoeld in artikel 43, onderdeel e.
3. Voor de toepassing van het tweede lid, worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 3 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2242
- CRvB 3 augustus 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1501
- CRvB 3 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3232
- Rb. Overijssel 17 juli 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:3799
- Rb. Rotterdam 6 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2025
- Rb. Noord-Holland 12 augustus 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:6284
- Rb. Den Haag 26 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14625
- CRvB 30 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2109
- CRvB 23 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1494