Bijlage L Uitvoeringsregeling Meststoffenwet: bij de artikelen 27b en 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Indien voor de bemonstering van een perceel, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, gebruik gemaakt wordt van de gestratificeerde aselecte steekproefmethode, dienen de volgende stappen te worden uitgevoerd. Gebruik de digitale vastlegging van de vormbepalende hoekpunten, omvang en vorm van het perceel wanneer deze bekend is bij RVO, of markeer de vormbepalende hoekpunten en leg met een Global Navigation Satellite System (GNSS) de omvang en vorm van het perceel vast. Controleer en verifieer de GNSS data met een kaart gebaseerd op TOP10NL van de Basisregistratie Topografie, of een zo recent mogelijke doch uiterlijk 2 jaar oude luchtfoto met een resolutie van ten hoogste 25cm. De afwijking van het GNSS bedraagt niet meer dan 5 meter. De bemestingsvrije zones worden bij deze bepaling niet meegenomen. Indien het perceel verdeeld is onder twee of meer gebruikers, wordt alleen het deel van het perceel dat in gebruik is door de aanvrager geregistreerd en bemonsterd. Bepaal de grootte van het perceel. Het perceel wordt met een computer volstrekt willekeurig onderverdeeld in blokken (stratificatie). De blokken zijn dan van gelijke grootte, zo compact mogelijk samengesteld en de bemonsteringspunten zo goed mogelijk verdeeld over het perceel. Het aantal blokken is dan gelijk aan het aantal bemonsteringspunten. Het aantal bemonsteringspunten neemt toe met de oppervlakte van het perceel overeenkomstig tabel 1. Op elk bemonsteringspunt wordt grond bemonsterd van de voorgeschreven bodemlaag. De hoeveelheid (volume) gestoken grond is gelijk voor alle bemonsteringspunten. Bemonstering van het desbetreffende perceel vindt ten minste twee maanden na bekalking plaats. Oppervlakte bemonsteringseenheid Grasland Bouwland 1–5 ha 25 25 5–10 ha 29 28 10–20 ha 33 32 Tabel 1 Het aantal noodzakelijke bemonsterpunten gerelateerd aan de bemonsteringseensheid als het areaal van een perceel landbouwgrond. Een bemonsteringseenheid heeft een areaal van ten hoogst