Bijlage K Uitvoeringsregeling Meststoffenwet: behorende bij artikel 98
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
In artikel 98 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet staat dat de ondernemer, in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd, het gehalte aan stikstof, fosfaat en droge stof baseert op: Dit protocol vermeldt voor vochtrijke voedermiddelen (> 14% vocht) de uitgangspunten die gelden voor de vaststelling van de te vermelden gehalten en voor de minimumfrequentie van analytisch onderzoek. Tevens wordt aangegeven hoe de ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd het gehalte moet vaststellen en welke minimumfrequentie van onderzoek hij moet hanteren. Het uitgangspunt is dat de ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd per gehalte met een voortschrijdend gemiddeld gehalte werkt. Dit gemiddelde gehalte wordt berekend per product per locatie (Dit betekent dat een product, afkomstig van 1 leverancier maar geleverd vanaf meerdere locaties, per locatie beschouwd moet worden. Zie echter ook 4.1.4 en 4.1.5) uit een aantal waarnemingen. Hij stelt hiertoe eerst het gemiddelde gehalte vast (aanvangsgemiddelde). Vervolgens onderhoudt hij dit gemiddelde gehalte door regelmatig monsters te (laten) analyseren en de analyseresultaten toe te voegen aan de gegevens, die nodig zijn om de gemiddelde gehalten te berekenen. De oudste gegevens worden telkens verwijderd (voorschrijdend gemiddelde). De analysefrequentie hangt af van: 4.1.1. De ondernemer in het kader van wiens onderneming diervoeders worden afgeleverd definieert zijn product(en) en legt dit vast. Belangrijk zijn uiteraard de voor de controle op de gebruiksnormen belangrijke parameters vocht/ds, ruw eiwit en fosfor. Van deze gehalten stelt de ondernemer de gemiddelde waarde en de standaarddeviatie (sd) vast. Nieuw product 4.1.2. Voor een nieuw product gebeurt dit als volgt: 4.1.2.1. Het gemiddelde gehalte en de sd voor vocht/ds, ruw eiwit en fosfor berekent de ondernemer op basis van minimaal 5 analyse-uitslagen, verkregen in de eerste 3 maanden
- – resultaten van bemonstering en analyse van voedermiddelen en voeders, of
- – wat betreft mengvoeders: op berekeningen, uitgaande van bekende gehalten van de in het mengvoeders verwerkte voedermiddelen.
- – het gehalte aan ruw eiwit en fosfor, en
- – de variatie in het gehalte aan droge stof resp. ruw eiwit en fosfor in de droge stof.
- – De onderneming onderzoekt minimaal 5 monsters op de relevante kenmerken (=ds/vocht, ruw eiwit en fosfor) en berekent het gemiddelde en standaarddeviatie van deze kenmerken.
- – Vervolgens onderzoek de onderneming minimaal 1 maal per maand een monster op de onder het eerste bolletje genoemde kenmerken wanneer het product < 6 maanden per jaar beschikbaar komt.
- – Voor het overige werkt de onderneming zoveel mogelijk volgens de richtlijnen die in dit protocol zijn genoemd.
- – Er is geen restlading meer in de vrachtauto aanwezig.
- – Na het laden wordt het product zo snel mogelijk en rechtstreeks afgeleverd bij de veehouder. De tijdsperiode tussen bemonstering en aflevering mag langer zijn indien het bedrijf ten genoegen van de Minister aantoont dat deze langere tijdsperiode geen invloed heeft op de te meten gehalten.
- – Na het bemonsteren vindt er geen bijlading meer plaats.
- – Sommige producten zakken sterk uit, onder meer afhankelijk van de tijd gedurende welke het product in de opslagtank is opgeslagen. Andere producten bevatten lichtere fracties (vetten, vezels, etc.) die gaan opdrijven. Het is gewenst dat in voorkomende gevallen voorafgaand en tijdens het beladen geroerd wordt om een goed representatief monster te nemen.
- – Naam van het product/voer + evt. code
- – Datum + tijdstip van bemonstering
- – Kenteken vrachtauto
- – Plaats bemonstering
- – (Eventueel een monstercode)
- – Naam en paraaf monsternemer
- – Naam van het product/voer + evt. code
- – Datum en tijdstip bemonstering
- – Naam monsternemer
- – Plaats bemonstering
- – Kenteken vrachtauto
- – Eventuele overige identificatiegegevens
- – Naam van leverancier
- – Naam van de afnemer van de partij
- – Partijgrootte
- – De analyse-uitslagen, uitgedrukt in het product en de droge stof in g/kg
- – Overige van belang zijnde gegevens en bijzonderheden.