Bijlage Eb Uitvoeringsregeling Meststoffenwet: behorende bij artikel 35e (bemonsteringsprotocol kwaliteitseisen Renure)
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Op grond van bijlage III, tweede lid, van de Nitraatrichtlijn kan een lidstaat toestaan dat Renure onder strikte voorwaarden gebruikt kan worden boven de norm van 170 kg N per hectare per jaar uit dierlijke mest. Deze producten tellen dan mee in de totale stikstofgebruiksruimte. In bovengenoemde richtlijn worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de aanwending van de Renure. Het uitgangspunt is dat de geproduceerde Renure van constante kwaliteit is en voldoet aan de eisen die zien op nutriënten, zware metalen en microbiologische indicatoren. Voor de bepaling of een product voldoet aan de kwaliteitseisen van Renure wordt een representatief monster genomen. Gezien de noodzaak om de representativiteit, de kwaliteit en de frequentie van monstername bij Renure te waarborgen, zijn in dit protocol eisen en voorwaarden opgenomen. Dit protocol ziet niet op monstername ten behoeve van de bepaling van pathogenen. Dit protocol bevat regels over Deze paragraaf beschrijft de wijze waarop een monster van Renure genomen en behandeld moet worden totdat het monster arriveert op het laboratorium. Het protocol dient onder alle (weers)omstandigheden te worden gevolgd, waarbij te allen tijde de ARBO-veiligheidsrichtlijnen in acht genomen moeten worden. De geregistreerde producent neemt een representatief monster of laat een representatief monster nemen van de geproduceerde Renure. Het monster wordt genomen bij het laden van een vracht Renure, uit de eindopslag of uit de aanvoerleiding naar de eindopslag. De monsters worden volgens de algemeen geldende bemonsteringsprincipes genomen en worden geanalyseerd door een geaccrediteerd laboratorium op de kwaliteitseisen voor Renure. Indien een producent meerdere Renure-producten produceert dan neemt de producent een representatief monster of laat hij een representatief monster nemen van elk afzonderlijk Renure-product. Het laboratoriummonster, dat voldoet aan de minimale hoeveelheid zoals is opgenomen in paragraaf 4.2 van bijlage H (AP05), wordt
- • De wijze van bemonstering;
- • De bemonsteringsfrequentie.
- – datum van de bemonstering;
- – relatienummer/KvK nummer van de producent van de Renure;
- – geschat volume van de vracht, indien er sprake is van vrachtbemonstering;
- – mestcode als bedoeld in bijlage I;
- – monsterverpakkingsnummer;
- – rVDM nummer op het moment dat er sprake is van vrachtbemonstering;
- – aanduiding dat de analyse alleen plaats moet vinden op de kwaliteitseisen, indien daar sprake van is;
- – aanduiding op welke parameters analyse moet plaatsvinden.
- • de grepen worden genomen uit de bak van de wiellader, shovel of bulldozer;
- • het aantal grepen is ten minste acht;
- • de te bemonsteren bakken worden per vracht willekeurig en verdeeld over de gehele belading gekozen.