Bijlage D Uitvoeringsregeling Meststoffenwet: diergebonden forfaitaire gehalten
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
De stikstofexcreties van staldieren moeten berekend worden conform de stalbalans. In deze tabel zijn voor staldieren wel excretieforfaits opgenomen als hulpmiddel om te bepalen of gebruik gemaakt kan worden van artikel 43. Diersoort of diercategorie1 Diernummer Stalsysteem A Excretie per dier in de periode van 1 augustus tot 1 maart in m3 2 B Excretie per dier per jaar in kg stikstof3 C Excretie per dier per jaar in kg fosfaat4 D Stikstofcorrectie per dier per jaar in kg5 Bos Taurus (rund) 10 Melk- en kalfkoeien, te weten koeien die ten minste éénmaal hebben gekalfd en die worden gehouden voor de productie van melk voor menselijke consumptie of verwerking of voor de fokkerij van runderen voor de melkveehouderij, ook als ze: – drooggezet zijn om een kalf te krijgen, of – worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken. 100 drijfmest Zie tabel IIA Zie tabel IIA Zie tabel IIA – vaste mest Zie tabel IIB Zie tabel IIB Zie tabel IIB Jongvee jonger dan 1 jaar voor de melkveehouderij, waaronder alle kalveren van melk- en kalfkoeien van 0 tot ten minste 14 dagen, en vrouwelijk jongvee jonger dan 1 jaar dat later een kalf krijgt voor de vleesveehouderij of dat bestemd is om een kalf te krijgen voor de vleesveehouderij 101 drijfmest 4,4 32,3 9,6 – vaste mest 2,2 29,1 9,6 Vrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder voor de melkveehouderij en vrouwelijk jongvee van 1 jaar en ouder dat later een kalf krijgt voor de vleesveehouderij of dat bestemd is om een kalf te krijgen voor de vleesveehouderij 102 drijfmest 9,5 66,9 21,9 – vaste mest 4,7 61,3 21,9 Fokstieren (stieren van 1 jaar en ouder voor de fokkerij van runderen voor de melkvee- of vleesveehouderij) 104 drijfmest 10,0 64,4 25,9 – vaste mest 6,3 51,2 25,9 Witvleeskalveren van ca. 14 dagen tot ca. 8 maanden (kalveren van ca. 14 dagen en ouder die gehouden worden op een rantsoen van hoofdzakelijk melk en op een leeftijd van ca. 8 maanden worden geslacht) 112 alle 1,6 11,3 5,4 3,0 Startkalveren voor rosévlees of roodvlees (kalve
- – dekberen: jonge, nog niet dekrijpe beren en zoekberen;
- – fokzeugen: varkens die ten minste eenmaal gedekt of geïnsemineerd zijn, waaronder guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen en zeugen waarvan de biggen gespeend zijn;
- – hennen en hanen van legrassen: hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren;
- – melk- en kalfkoeien: koeien die ten minste eenmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden, waaronder koeien die droog gezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken;
- – opfokberen: jonge, nog niet dekrijpe beren die worden aangehouden voor de fokkerij;
- – opfokhennen en -hanen van legrassen: opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren;
- – opfokhennen en -hanen van vleesrassen: opfokhennen en – hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen;
- – opfokkonijnen: jonge, nog niet dekrijpe konijnen die worden aangehouden voor de fokkerij;
- – opfokzeugen: jonge zeugen die nooit gedekt of geïnsemineerd zijn die worden gehouden voor de fokkerij;
- – slachtzeugen: zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest;
- – stieren voor de fokkerij: stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee;
- – voedsters: vrouwelijke konijnen die die ten minste eenmaal zijn gedekt;
- – vleeskuikens: kuikens die voor de slacht worden afgeleverd;
- – vrouwelijk jongvee: alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden, waaronder drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd;
- – weide- en zoogkoeien: koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid.