Art. 80 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, Afgevoerde en aangevoerde dierlijke meststoffen
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1. Ingeval van bemonstering, bedoeld in artikel 58, eerste lid, stuurt de vervoerder het uit een vracht dierlijke meststoffen genomen monster, onder vermelding van de betrokken leverancier van meststoffen en de afnemer, alsmede van het op deze vracht betrekking hebbende rVDM-nummer, na bemonstering toe aan een door de minister erkend laboratorium als bedoeld in artikel 80a. Het uit de vracht dierlijke mest genomen monster is uiterlijk op de tiende werkdag na bemonstering door het laboratorium ontvangen.
2. Ingeval van bemonstering, bedoeld in artikel 58, tweede lid, stuurt de vervoerder het uit een vracht dierlijke meststoffen genomen monster, onder vermelding van de betrokken leverancier van meststoffen, alsmede van het op deze vracht betrekking hebbende rVDM-nummer, na bemonstering toe aan een door de minister erkend laboratorium als bedoeld in artikel 80a. Het uit de vracht dierlijke mest genomen monster is uiterlijk op de tiende werkdag na bemonstering door het laboratorium ontvangen.
3. De vervoerder, bedoeld in het eerste en tweede lid, bewaart de monsters totdat zij aan het erkend laboratorium, bedoeld in artikel 80a, worden toegestuurd zodanig dat zij in goede staat blijven verkeren.
4. Ingeval van bemonstering, bedoeld in artikel 58, derde lid, stuurt de monsternemende organisatie het uit een vracht dierlijke meststoffen genomen monster, onder vermelding van de betrokken leverancier van meststoffen, alsmede van het op deze vracht betrekking hebbende rVDM-nummer, na bemonstering toe aan een erkend laboratorium, bedoeld in artikel 80a. Het uit de vracht dierlijke mest genomen monster is uiterlijk op de zevende werkdag na bemonstering door het laboratorium ontvangen.
5. Ingeval van bemonstering, bedoeld in artikel 58, derde lid, bewaart de monsternemende organisatie de monsters totdat zij aan een erkend laboratorium, bedoeld in artikel 80a, worden toegestuurd zodanig dat zij in goede staat blijven verkeren.
6. Ingeval van bemonstering van een vracht vaste mest, bestaande uit dikke fractie, bevindt de plaats waar het genomen monster wordt bewaard zich niet op het terrein of in een opstal van de betrokken leverancier, vervoerder of afnemer van de vracht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 3 maart 2026, ECLI:NL:CBB:2026:63
- Rb. Den Haag 5 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:8529
- CBb 25 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:337
- Rb. Oost-Brabant 19 juni 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2560
- Rb. Gelderland 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8415
- CBb 3 maart 2026, ECLI:NL:CBB:2026:80
- CBb 3 maart 2026, ECLI:NL:CBB:2026:71
- CBb 2 december 2025, ECLI:NL:CBB:2025:632
- CBb 2 december 2025, ECLI:NL:CBB:2025:631