Art. 1 Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005

Regeling representatiekostenvergoeding OCW 2005

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. ambtenaar:

– degene wiens functie is opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage,

– degene die door een directeur of hoofd van een diensteenheid vanwege de noodzakelijke (externe) contacten een persoonsgebonden representatiekostenvergoeding krijgt toegewezen, onder voorbehoud van goedkeuring door de secretaris-generaal;

b. bevoegd gezag:

– de secretaris-generaal voor zover het betreft de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de voorzitter van de Onderwijsraad, de inspecteur-generaal van het onderwijs en degenen die vallen onder de centrale personeelsvoorziening;

– de directeuren-generaal voor zover het betreft de directeuren en hoofden van diensteenheden die tot hun portefeuille behoren;

– de directeuren en hoofden van diensteenheden voor zover het betreft hun medewerkers;

c. representatiekosten:

– de kosten welke voortvloeien uit de eisen die de uitoefening van de functie stelt ten aanzien het onderhouden van externe contacten en die niet declarabel zijn.