Bijlage 2 Goedkeuringsbesluit examenreglementen en examenprogramma´s CBR voor de binnenvaart: examenreglement en Examenprogramma Schippersdiploma’s Binnenvaart
Goedkeuringsbesluit examenreglementen en examenprogramma´s CBR voor de binnenvaart
Een kandidaat die van verdere deelname aan het examen is uitgesloten dan wel zich niet kan verenigen met het examen als zodanig, de examenuitslag uitgezonderd, kan hiertegen in administratief beroep gaan. Hij moet daartoe een beroepschrift binnen 6 weken nadat de beslissing ter kennis van de kandidaat is gebracht, indienen bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, Postbus 20904, 2500 EX Den Haag. Het beroepschrift vermeldt tenminste de naam en het adres van de indiener, de datum van het versturen, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en de gronden van het beroep. In bijzondere gevallen kan de voorzitter tijdens een examen een beslissing nemen ten aanzien van de vorm en de duur van het examen. Het examenreglement is van kracht met ingang van 1 september 2005 en kan worden aangehaald als ‘Examenreglement en Examenprogramma Schippersdiploma’s Binnenvaart’. In dit examenprogramma zijn per examenonderdeel de eindtermen gegeven. Daarna wordt aangegeven welke vrijstellingen gegeven worden. Bij elke eindterm wordt een taxonomiecode aangegeven die gerelateerd is aan de taxonomie van Romiszowski. De codering volgens de taxonomie van Romiszowski: F = feitelijke kennis B = begripsmatige kennis R = reproduktieve vaardigheid (Het volgens een bepaalde methode toepassen van geleerde vaardigheden in een concrete situatie.) P= produktieve vaardigheid (Het toepassen van geleerde vaardigheden in nieuwe situaties, dus in willekeurige, voor het beroep relevante situaties met wisselende omgevingsfactoren.) Schippersexamen RKM AB Reglementen 1 Ja Ja Reglementen 2 – Ja Navigatie 1 Ja Ja Navigatie 2 – Ja Kennis vaarwater Ja Ja Laden en lossen Ja Ja Motorkennis Ja Ja Kennis schip Ja Ja Veiligheid en milieu Ja Ja 1. De kandidaat kan de betekenis van regels uit het Binnenvaart politiereglement gedetailleerd uitleggen inzake: – Toepassingsgebieden – Kentekens – optische tekens van schepen – geluidsseinen van schepen – verkeerstekens F 2. De kandidaat kan de betekenis
- 1. Binnen het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen worden de in dit reglement genoemde examens afgenomen door de divisie CCV.
- 2. Het examenreglement is van toepassing op het examen dat leidt tot: Schippersdiploma Rivieren, Kanalen en Meren (RKM) en het Schippersdiploma Alle Binnenwateren (AB) (Artikel 19, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en derde lid, Binnenschepenwet).
- 1. Het examenreglement bevat de organisatorische regelingen rondom het afnemen van examens.
- 2. Het examenprogramma bevat eindtermen en is als bijlage bij dit reglement gevoegd. Een eindterm is een beschrijving van de te examineren kennis en/of vaardigheid. In het examenprogramma zijn tevens de vrijstellingen opgenomen (zie artikel 6).
- a. Het hoofd van de divisie CCV benoemt jaarlijks een examencommissie. Deze examencommissie neemt de examens af.
- b. De Minister van Verkeer en Waterstaat wijst gecommitteerden aan die toezicht houden op de examens.
- 1. Het CCV stelt de datum, het rooster van het examen en de datum van de sluiting van de aanmelding vast.
- 2. De secretaris van de examencommissie maakt tijdig bekend:
- a. datum, aanvangstijdstip en plaats van het examen;
- b. datum van sluiting van de aanmelding van het examen;
- c. kosten verbonden aan het afleggen van een examen;
- d. wijze van betaling van het verschuldigde bedrag.
- 3. De secretaris van de examencommissie nodigt leden van de examencommissie uit voor het te houden examen.
- 4. De secretaris van de examencommissie stelt de gecommitteerden op tijd op de hoogte van het examen.
- 5. Het hoofd van de divisie CCV en zijn plaatsvervangers kunnen de zittingen en de vergaderingen bijwonen.
- 6. Als er een relatie bestaat tussen een examencommissielid en een mondeling door hem te examineren kandidaat, moet hij dit vóór aanvang van het examen aan de voorzitter meedelen. De voorzitter kan dan een ander lid van de examencommissie aanwijzen om het examen af te nemen.
- 1. De onderdelen voor het examen schipper RKM zijn: Reglementen 1 Kennis vaarwater Navigatie 1 Laden en lossen Motorkennis Kennis schip Veiligheid en Milieu
- 2. De onderdelen voor het examen schipper AB zijn: alle onderdelen voor het examen RKM, aangevuld met: Reglementen 2 Navigatie 2
- 3. Het examenprogramma vermeldt of een examenonderdeel schriftelijk en/of mondeling wordt afgenomen.
- 4. De duur van het examen is per examenonderdeel in het examenprogramma vermeld.
- 1. Een kandidaat krijgt vrijstelling van een examenonderdeel of een gedeelte daarvan als hij in het bezit is van een of meer diploma´s en/of vaarbewijzen die daartoe in de vrijstellingsregeling zijn genoemd.
- 2. De directeur kan in overleg met de voorzitter beslissingen nemen omtrent het verlenen van een vrijstelling in geval een diploma niet als vrijstelling in het examenprogramma is genoemd.
- 3. Als voor een examenonderdeel een vrijstelling is verleend, wordt dit op de cijferlijst vermeld. De kandidaat wordt geacht voor dit onderdeel tenminste een zes te hebben behaald.
- 1. De kandidaat moet een vaartijd hebben opgebouwd van drie jaar.
- 2. Als vaartijd wordt aangemerkt de vaartijd die na het bereiken van de 16 jarige leeftijd wordt opgebouwd als lid van de dekbemanning van een schip dat bestemd is voor de bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren, en/of van een schip met een lengte van 15 meter of meer dat bestemd is voor de niet-bedrijfsmatige vaart op de binnenwateren. Een jaar vaartijd bestaat uit 180 effectieve vaardagen. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend.
- 3. De vereiste vaartijd kan met maximaal drie jaar verminderd worden als een kandidaat een beroepsopleiding met praktijkgedeelten op het gebied van de binnenvaart heeft voltooid. Afhankelijk van de gevolgde opleiding wordt de termijn van vrijstelling bepaald.
- 4. De vereiste vaartijd is met maximaal twee jaar te verminderen als de kandidaat aantoont te hebben gevaren als lid van de dekbemanning van een schip: Hierbij gelden 250 zeedagen als één jaar vaartijd.
- – bestemd voor de bedrijfsmatige vaart op zee;
- – met een lengte van 15 meter of meer, bestemd voor de niet-bedrijfsmatige vaart op zee.
- 5. De kandidaat moet de vaartijd aantonen door middel van zijn dienstboekje indien het bezit ervan op grond van wettelijke voorschriften verplicht is. Indien hij niet in het bezit is van voornoemd dienstboekje, bepaalt het CCV eventueel in overleg met de voorzitter de wijze waarop de vaartijd moet worden aangetoond.
- 6. Een kandidaat die zowel een diploma van een opleiding in de binnenvaart heeft behaald als op zee heeft gevaren, kan de vaartijdvermindering zoals bedoeld in lid 5 en 6 bij elkaar optellen tot een maximum van drie jaar.
- 1. Een kandidaat meldt zich aan door het insturen van een volledig ingevuld en ondertekend aanmeldingsformulier naar het CCV. Dit aanmeldingsformulier is verkrijgbaar bij het CCV.
- 2. De kandidaat voegt bij het aanmeldingsformulier de volgende documenten toe:
- a. een bewijs van opneming in het persoonsregister, afgegeven door de gemeente van zijn woonplaats;
- b. een bewijs van de vaartijd zoals vereist in artikel 7.
- 1. De kandidaat wordt alleen toegelaten tot het examen als het CCV hem daartoe heeft uitgenodigd.
- 2. De examenkandidaat moet zich bij aanvang van het examen kunnen legitimeren met een geldig identiteitsbewijs (rijbewijs, paspoort, identiteitskaart).
- 1. In elk lokaal waar examen wordt afgenomen zijn tenminste twee leden van de examencommissie aanwezig om toezicht te houden.
- 2. In de oproep voor het examen is beschreven of, en zo ja welke hulpmiddelen de kandidaat mee mag brengen in het examenlokaal.
- 3. De examencommissie reikt papier uit waarop het schriftelijk examenwerk gemaakt moet worden.
- 4. De examenopgaven en het gebruikte papier blijven in het examenlokaal achter en worden door de leden van de examencommissie verzameld.
- 5. Een kandidaat mag het examenlokaal alleen verlaten als een lid van de examencommissie daar toestemming voor gegeven heeft.
- 6. De kandidaten mogen tijdens het examen niet met elkaar spreken. Ook mogen zij elkaars werk niet bekijken en/of elkaar niets geven of lenen.
- 7. De examencommissieleden mogen de kandidaat tijdens het examen op geen enkele wijze inlichten over de beoordeling van zijn examen.
- 1. Elk mondeling examen wordt afgenomen door minstens twee leden van de examencommissie.
- 2. Één van deze leden maakt aantekeningen over het verloop van het examen.
- 3. De voorzitter beslist over het toelaten van toehoorders.
- 4. De examencommissieleden mogen de kandidaat tijdens het examen op geen enkele wijze inlichten over de beoordeling van zijn examen.
- 1. Als een kandidaat niet of niet op tijd aanwezig is kan de voorzitter hem van verdere deelname uitsluiten.
- 2. De voorzitter sluit de kandidaat, die bedrog pleegt of daar een poging toe doet, uit van verdere deelname aan het examen.
- 3. Als een kandidaat op één of andere wijze in strijd met de voorschriften handelt, kan de voorzitter hem van deelname uitsluiten. Dit geldt ook wanneer de kandidaat de orde verstoort door o.a. communicatie-apparatuur.
- 4. Als na afloop van het examen bedrog wordt ontdekt en het diploma al is verstrekt, verklaart de voorzitter het diploma ongeldig en wordt het diploma teruggevorderd.
- 5. Wanneer een kandidaat van verdere deelname aan het examen is uitgesloten, of wanneer een diploma ongeldig is verklaard, deelt de voorzitter dit onmiddellijk mee aan het hoofd van de divisie CCV en maakt hiervan een verslag op.
- 1. Een kandidaat die zich tijdens het examen terugtrekt van verdere deelname, is voor het examen afgewezen.
- 2. Een kandidaat is geslaagd als voor elk onderdeel tenminste een zes is behaald.
- 3. Een kandidaat voor het examen AB heeft bij het behalen van de relevante deelexamens recht op het diploma RKM.
- 4. Indien een kandidaat niet is geslaagd dan kan hij/zij gedurende twee jaar na datum van het examen opnieuw deelnemen aan de examens, waarbij voor de reeds behaalde onderdelen vrijstelling wordt verleend. De herexamens kunnen niet eerder worden afgelegd dan na een periode van twee maanden na de laatste dag van het afgelegde examen.
- 1. De voorzitter deelt zo spoedig mogelijk aan de kandidaat de uitslag van het examen mee en verstrekt een cijferlijst.
- 2. Als de kandidaat is geslaagd, reikt de voorzitter tevens het diploma uit
- 1. De secretaris zorgt ervoor dat per zitting alle toegekende cijfers en behaalde resultaten worden vastgelegd op een examenstaat en dat deze staat wordt ondertekend door voorzitter, secretaris en gecommitteerde. De secretaris stuurt deze examenstaat aan het CCV.
- 2. Het CCV houdt een register van geslaagde kandidaten bij.
- 3. Het CCV stuurt na afloop van een kalenderjaar een verslag over de gehouden examens naar het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.