Bijlage 1 Besluit PDV salmonella in de diervoedersector 2005: programma "Monitoring salmonella in de diervoedersector 2002"
Besluit PDV salmonella in de diervoedersector 2005
Deze publicatie bevat het monitoringprogramma m.b.t. salmonella in de diervoedersector voor 2002. Dit programma is door het bestuur van het Productschap Diervoeder vastgesteld op 23 januari 2002 en door het bestuur gewijzigd op 4 juni 2004. Het programma is vastgesteld in het kader van de GMP-regeling diervoedersector. Monitoring is bedoeld als een verificatie van de effectiviteit van toegepaste beheersmaatregelen. In de GMP-regeling diervoedersector is een aantal beheersmaatregelen opgenomen met betrekking tot salmonella in voedermiddelen en mengvoeders. Vooral het pakket aan beheersmaatregelen als ook de actie- en afkeurgrenzen m.b.t salmonella in pluimveevoeders is de afgelopen maanden aangescherpt, als bijdrage van de diervoedersector in de aanpak van salmonella in de pluimveeketen. Voorheen waren er in het kader van het Besluit PDV bedrijfsinterne inspecties en controles GMP diervoedersector 1998 minimum eisen opgenomen voor monitoring van voedermiddelen en mengvoeders. Deze zijn, vooral voor de voedermiddelen, nogal uitgebreid. Voorts is gekozen voor een betere structurering en het samenbrengen van alle onderdelen in één samenhangend monitoringprogramma. In dit programma is ook de monitoring opgenomen die door het productschap zelf als onafhankelijke verificatie uitvoert. Het is nadrukkelijk de bedoeling in de loop van de tijd de voortgang en de resultaten te evalueren. Van dit programma is zowel een Nederlandse als een Engelse versie beschikbaar. Den Haag, 23 januari 2002 J. den Hartog secretaris In het kader van de GMP-regeling diervoedersector zijn normen en nodige beheersmaatregelen vastgesteld met het oog op de beheersing van salmonella in pluimveevoeders. Oogmerk is de insleep van salmonella in de pluimveeketen via diervoeders te minimaliseren. De thans geldende normen (maximum salmonella-incidentie en procesnormen voor enterobacteriaceae) zijn als volgt: Productnormen Maximum salmonellabesmetting in %% af te leveren partijen Maximum %% met S. enteritidi
- Beladen van vervoermiddel met een voedermiddel af producent of laadhaven
- Ontvangst van een voedermiddel bij een mengvoederproducent
- Beladen van vervoermiddel met een mengvoeder voor aflevering aan de veehouder.
- in de laadhaven tijdens het beladen van het zeeschip van Zuid-Amerikaans sojaschroot/- schilfers (verlader/aflader);
- vóór het moment van invoer in de Europese Unie c.q. lossen van het zeeschip van onbehandeld vismeel1 (importeur);
- tijdens beladen (af fabriek) van getoaste sojabonen, raapzaadschilfers &-schroten, Europees zonnebloemzaadschroot, Franse tarwezemelen en eierschalen (producent).
- dierlijke eiwitten, voor zover niet salmonellakritisch
- oliehoudende zaden en bijproducten daarvan, voor zover niet salmonellakritisch
- granen en graanbijproducten
- peulvruchten
- zuivelproducten
- per 500 (m)ton minimaal 20 willekeurig genomen ondermonsters, via 'grepen/scheppen' van max. 1 kg.;
- samenvoeging en menging van alle ondermonsters tot 1 verzamelmonster per ruim;
- minimaal 2 eindmonster(s) trekken uit het (gemengde) verzamelmonster.
- Zo dicht mogelijk bij het ontvangende ruim (het liefst in de stroom)
- Zoveel mogelijk direct van de stroom.
- Gebruik gedesinfecteerde monstername schep (alcohol)
- Indien de schep niet gebruikt wordt opslaan in bewaarzak.
- Persoonlijke hygiëne: gebruik steriele handschoenen.
- Tussentijdse monsters opslaan in PE-zakken
- Schep – van roestvrijstaal
- Alcohol 95% om schep in de vlam te reinigen
- Flessen: Steriel glas of PET van 500 CC of
- Zakken: PE zakken van 1.5 liter.
- Tussentijdse monsters opslaan als bovenstaand.
- Mengen op steriele plaats en onder steriele omstandigheden.
- Opsturen in steriele fles of zak zoals hierboven omschreven.
- Voorkomt contact met hitte/zonlicht/vocht/apparaten.
- Monsters direct verzenden.
- minimaal 25 ondermonsters van ca. 25 gram, voor de eerste 250 (m)ton;
- van elke 50 (m)ton extra, 5 monsters extra.
- a) bij meerdere monsters per afleveringsdag, van het materiaal een mengmonster te maken;
- b) één eindmonster per afleveringsdag te analyseren.
- c) bij meerdere monsters per afleveringsdag, van het materiaal een mengmonster te maken;
- d) één eindmonster per afleveringsdag te analyseren.
- e) bij meerdere monsters per afleveringsdag, van het materiaal een mengmonster te maken;
- f) één eindmonster per afleveringsdag te analyseren.
- raapzaadschilfers en -schroot;
- onbehandeld 1 vismeel;
- getoaste sojabonen;
- Zuid-Amerikaans sojaschilfers en -schroot;
- Europees zonnebloemzaadschroot;
- Franse tarwezemelen;
- eischalen;
- minimaal tweemaal per jaar op de kritische punten in het voortbrengingsproces, om het verloop van het niveau van enterobacteriaceae vast te stellen ter toetsing van het voortbrengingsproces (salmonella-afdodende behandeling);
- minimaal 5 monsters eindproduct per kwartaal.
- 1. De mengvoederproducent toont m.b.v. een enteroreductieproef aan onder welke condities (temperatuur en tijd) de enteroreductie minimaal een factor 1000 is. Deze condities dienen te worden gebruikt als instellingsparameters bij de productie van geperst kalkoenvoer. De enteroreductieproef dient minimaal 2 maal per jaar te worden uitgevoerd. De mengvoederproducent moet aantoonbaar kunnen maken dat deze instellingsparameters gebruikt zijn bij de productie van kalkoenvoeders. Dit geldt voor het begin tot het einde van de partij.
- 2. In afwijking van paragraaf 4.4. moet de producent van kalkoenvoeders de volgende procescontrole doorvoeren. De procescontrole heeft betrekking op de kritische bemonsteringsplaatsen voor hercontaminatie van salmonella:
- a. Koelers, binnenzijde daar waar mogelijk condensplekken zitten (2 monsters)
- b. Luchtaanvoer van de koeler, op de plaatsen waarlangs de lucht wordt aangezogen (3 monsters)
- c. Elk punt in de productielijn na de pers waar stof op het product kan komen (1 monster per punt)
- d. Plaatsen in de productielijn na de pers waar producten (bij enzymen) worden toegevoegd (1 monster per plaats)
- e. Binnenkant van de gereed productsilo aan de bovenzijde (1 monster per silo)
- 3. De frequentie van monstername van deze kritische punten moet 1 maal per maand zijn en indien dit een half jaar negatief is, kan de frequentie teruggebracht worden naar 1 maal per 2 maanden. De kritische punten moeten onderzocht worden op salmonella.
- 4. Een processchema dient onderdeel te zijn van dit protocol. Hierop zijn de kritische punten voor de lijncontrole aangegeven.
- 5. Bij besmetting worden direct corrigerende maatregelen genomen.
- 6. Op verzoek van de kalkoenhouder worden onderzoeksgegevens vrij aan hem/haar cq het PPE ter beschikking gesteld.
- Alle verwerkte - nog aanwezige - salmonellakritische voedermiddelen op salmonella onderzoeken en;
- Elk salmonellapositief monster mengvoer en voedermiddel dient voorts nader te worden getypeerd (type salmonella) en;.
- Monstername en analyse op salmonella uitvoeren op kritische punten in het productieproces (mengvoeder) en/of logistieke proces (voedermiddel) en;
- Aanvullend onderzoek plaats te vinden naar de oorzaak en;
- Passende maatregelen genomen te worden om de oorzaak weg te nemen.
- dient analyse op salmonella plaats te vinden op alle kritische punten in de fabriek;
- dienen de noodzakelijke reinigings- en ontsmettingsmaatregelen genomen te worden.
- tweemaal per jaar monstername op de kritische punten in het productieproces om het verloop van het niveau van enterobacteriaceae vast te stellen ter toetsing van het productieproces (thermische behandeling);
- per kwartaal 5 monsters eindproduct per lijn.
- Monstername en analyse op salmonella uitvoeren op kritische punten in het productieproces en;
- Elk salmonellapositief monster voer of voedermiddel dient voorts nader te worden getypeerd (type salmonella).
- pH
- aflevertemperatuur
- enterobacteriaceae
- salmonella
- schimmels
- Nieuwe deelnemende bedrijven melden zich eenmalig aan bij het RIVM op telefoonnummer 030-2742126.
- Het RIVM stuurt u vervolgens zo spoedig mogelijk een verzendmedium met verpakkingsmateriaal. Dit is de standaard RIVM verpakking met wit/roze formulieren. Deze formulieren moeten vervangen worden door de groene formulieren van het diervoederproject. Deze formulieren worden separaat van het verpakkingsmateriaal aan u toegestuurd.
- Het verpakkingsmateriaal en het nieuw verzendmedium wordt na elke inzending geretourneerd aan de inzender. De groene formulieren kunnen telkens telefonisch worden aangevraagd op telefoonnummer 030-2742126. De deelnemers die al regelmatig bij het RIVM het groene formulier inzenden, moeten vanaf heden deze formulieren ook telefonisch gaan bestellen.
- Het groene RIVM-formulier dient volledig ingevuld te worden en samen met de Salmonella geïdentificeerde cultuur opgestuurd te worden aan het RIVM. Op het formulier dienen de volgende gegevens te worden vermeld:
- Naam/adres/woonplaats inzender;
- Bedrijf in wiens opdracht het productmonster genomen is (evt. in code);
- Type voeder of voedermiddel waaruit de salmonellastam werd geïsoleerd;
- Land van herkomst/oorsprong voedermiddel.
- salmonellakritische en niet-salmonellakritische voedermiddelen
- pluimveevoeders, varkensvoeders en rundveevoeders
- die in overwegende mate uit derde landen via zeetransport worden geïmporteerd, wordt in opdracht van PDV uitgevoerd in de laadhaven (Braz. sojaschroot) of in overslaghaven (Zuid-Amerikaans vismeel) door inspectie-instellingen die daar reeds actief zijn
- die in Europese landen (incl. Nederland) worden geproduceerd, wordt door de Keuringsdienst Diervoedersector uitgevoerd, hetzij bij de betreffende producent, bij op- en overslag of bij de mengvoederindustrie. Bij de mengvoederindustrie worden niet alleen mengvoeders bemonsterd, maar kunnen ook voedermiddelen (grondstoffen) worden bemonsterd.