Bijlage 2 RBUo 2005: behorende bij de Regeling bloed- en urineonderzoek: het corrigeren van de bepalingsuitkomsten

Regeling bloed- en urineonderzoek (RBUo 2005)

Elk monster wordt op twee verschillende apparaten in tweevoud gemeten of via een apparaat met twee verschillende chromatografische condities in tweevoud per conditie gemeten. Hiervoor worden de in bijlage 1 beschreven methoden gebruikt. Op basis daarvan ontstaan 4 meetresultaten. Het laboratorium waarborgt de chain of custody van de monsters en kan deze achteraf aantonen. Van de vier uitkomsten, die zijn verkregen bij het meten van een bloedmonster, wordt het gemiddelde berekend (x, n = 4). Van dit gemiddelde wordt een correctie8De aldus vastgestelde correctie is gelijk aan driemaal de maximaal toelaatbare theoretische standaardafwijking. afgetrokken welke gelijk is aan 6% van het gevonden gemiddelde, waarbij rekening is gehouden met de maximaal toelaatbare variatiecoëfficiënt van 4% van de methode en het aantal uitkomsten: gecorrigeerde gehalte 0,94 •x (n = 4). Indien op verzoek van de verdachte in een daarvoor aangewezen laboratorium een tegenonderzoek wordt verricht, past dit laboratorium, bij de correctie van een bepalingsuitkomst, de in 2.1 genoemde correctie van 6% van het gemiddelde der vier waarnemingen toe. Wel dient de deskundige, die het tegenonderzoek heeft verricht, uit de in zijn laboratorium verkregen vier uitkomsten de variatiecoëfficiënt te berekenen volgens: en vast te stellen dat deze niet groter is dan 7,5%. Voor de berekening van de theoretische standaardafwijking van de binnen het NFI toegepaste bepalingsmethode(n) wordt uitgegaan van de uitkomsten, die in de routine zijn verkregen bij vijftig monsters bloed. De. alcoholgehaltes daarvan moeten goed verdeeld liggen over het gehele bepalingsgebied, maar dienen groter te zijn dan 0,4 mg/ml. Elk monster is daarbij in viervoud gemeten. De bepalingsresultaten moeten zijn afgerond volgens de regels gegeven in NEN 1047 blad 2.1. Uit de zo verkregen honderd waarnemingen van iedere analist wordt de variatiecoëfficiënt berekend door het uitvoeren van een logaritmische transformatie van de waarnemingen9M.G