Art. 6 RBUo 2005
Regeling bloed- en urineonderzoek (RBUo 2005)
1. De opsporingsambtenaar voorziet de van een verdachte verzamelde bloed- of urinemonsters van een genummerd en op naam gesteld identiteitszegel. De opsporingsambtenaar brengt op het formulier, bedoeld in artikel 10, en het tegen de verdachte opgemaakte proces-verbaal, een identiteitszegel aan dat correspondeert met het identiteitszegel, bedoeld in de eerste volzin.
2. Het Nederlands Forensisch Instituut stelt het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid, vast.