Bijlage 2 Rzv: horende bij artikel 2.5, tweede en derde lid, van de Regeling zorgverzekering
Regeling zorgverzekering (Rzv)
Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde die niet kan uitkomen met aangepaste normale voeding en andere producten van bijzondere voeding en die: Vervallen. Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde die valt in een medische risicogroep en daarop is aangewezen overeenkomstig de (internationale) richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard. Vervallen. Vervallen. Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde die voor behandeling met zo'n geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Geneesmiddelenwet is geregistreerd, met dien verstande dat dit geneesmiddel niet tot de verzekerde prestaties behoort indien het wordt gebruikt als pre-expositie profylaxe ter vermindering van de kans op een infectie met het humaan immunodeficiëntievirus. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Voorwaarde: Uitsluitend voor een verzekerde die is blootgesteld geweest aan het rabiës-virus. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde die: Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde die: Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde die: Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde die blijkens het voorschrift langer dan zes maanden aaneengesloten op het geneesmiddel is aangewezen en voor wie het geneesmiddel is voorgeschreven ter behandeling van een chronische aandoening, tenzij het betreft een voor de verzekerde nieuwe medicatie. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Vervallen. Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 die niet behandeld kan worden met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat, geen insuline gebruikt en dit middel geb
- a. lijdt aan een stofwisselingsstoornis,
- b. lijdt aan een voedselallergie,
- c. lijdt aan een resorptiestoornis,
- d. lijdt aan een, via een gevalideerd screeningsinstrument vastgestelde, ziektegerelateerde ondervoeding of een risico daarop, of
- e. daarop is aangewezen overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
- a. jonger dan achttien jaar, of
- b. die zwanger is en aangewezen op een tetanusprofylaxe
- a. Hepatitis A-vaccin Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde:
- 1°. die lijdt aan een chronische hepatitis B-infectie,
- 2°. met een chronische hepatitis C-infectie, of
- 3°. met een niet-virale chronische leverziekte, en die daarbij een verhoogde kans op een hepatitis A-infectie heeft, tenzij de verhoogde kans op besmetting een gevolg is van reizen, beroepsuitoefening of een epidemie.
- b. Hepatitis B-vaccin Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde:
- 1°. die is aangewezen of op afzienbare termijn aangewezen kan zijn op het regelmatig gebruiken van bloed- of bloedproducten of op dialyse,
- 2°. met het syndroom van Down of met een daarmee vergelijkbare ernstige chromosomale afwijking en voor zover dit gepaard gaat met een verstoorde afweerfunctie,
- 3°. die partner, gezinslid of huisgenoot is van iemand die HbsAg positief is,
- 4°. die anders dan in beroepsuitoefening in een dagverblijf, in een tehuis, op een school voor verstandelijk gehandicapten dan wel een sociale werkplaats, blijkens een risico-analyse van de gemeentelijk gezondheidsdienst, een verhoogde kans op besmetting heeft, of
- 5°. die lijdt aan een chronische leverziekte.
- c. Hepatitis A en B combinatievaccin Voorwaarde: uitsluitend voor een verzekerde die zowel voldoet aan een van de voorwaarden voor hepatitis A-vaccin als aan een van de voorwaarden voor hepatitis B-vaccin.
- a. jonger is dan een jaar en bronchopulmonale dysplasie heeft,
- b. jonger is dan een jaar en een ernstige immunodeficiëntie heeft,
- c. jonger is dan een jaar en een ernstige longpathologie ten gevolge van cystische fibrose heeft,
- d. jonger is dan twee jaar en die een congenitale hartaandoening heeft die hemodynamisch significant is,
- e. jonger is dan twee jaar en die voor de behandeling van bronchopulmonale dysplasie zuurstoftherapie nodig heeft, of
- f. jonger is dan twee jaar en downsyndroom heeft.
- a. voor het geneesmiddel een medische indicatie heeft waarvoor het geneesmiddel krachtens de Geneesmiddelenwet is geregistreerd, of
- b. voor dat geneesmiddel een niet-geregistreerde indicatie heeft en lijdt aan een ziekte die in Nederland niet vaker voorkomt dan bij 1 op de 150.000 inwoners, de werkzaamheid van dat geneesmiddel bij die indicatie wetenschappelijk is onderbouwd en in Nederland voor die aandoening geen behandeling mogelijk is met enig ander voor die aandoening geregistreerd geneesmiddel.
- a. lijdt aan pulmonale arteriële hypertensie New York Heart Association klasse II en die ambrisentan, bosentan, macitentan, riociguat, selexipag, sildenafil of tadalafil daarvoor krijgt voorgeschreven,
- b. lijdt aan pulmonale arteriële hypertensie New York Heart Association klasse III of IV en die krijgt voorgeschreven:
- 1. één van de orale geneesmiddelen ambrisentan, bosentan, macitentan, riociguat, selexipag, sildenafil of tadalafil, of een combinatie van twee orale geneesmiddelen uit verschillende farmacologische groepen,
- 2. een combinatie van een oraal geneesmiddel met iloprost voor inhalatie of met epoprostenol intraveneus of met treprostinil subcutaan of intraveneus,
- 3. iloprost voor inhalatie in monotherapie uitsluitend ter behandeling van de primaire vorm van pulmonale arteriële hypertensie, indien de onder 1. genoemde behandeling onvoldoende resultaat heeft en een behandeling met epoprostenol intraveneus of treprostinil subcutaan of intraveneus niet noodzakelijk is of niet mogelijk vanwege bijwerkingen of contra-indicaties, of
- 4. uitsluitend als uiterste therapie, indien de onder 1. en 2. genoemde behandelingen onvoldoende resultaat hebben, een combinatie van twee orale geneesmiddelen uit verschillende farmacologische groepen met één van de prostacycline-analoga/receptoragonisten epoprostenol (intraveneus) of treprostinil (subcutaan of intraveneus) of met selexipag,
- c. lijdt aan systemische sclerose en aanhoudende digitale ulcera en die bosentan krijgt voorgeschreven ter voorkoming van nieuwe digitale ulcera en
- 1. onvoldoende reageert op de behandeling met dihydropyridine calciumantagonisten en iloprost intraveneus, dan wel deze geneesmiddelen niet kan gebruiken en
- 2. 18 jaar of ouder is,
- d. lijdt aan de ziekte chronische trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH) met New York Heart Association klasse II tot III die riociguat krijgt voorgeschreven en
- 1. na een chirurgische behandeling ter verbetering van het inspanningsvermogen persisterende of recidiverende CTEPH heeft, of
- 2. niet in aanmerking komt voor een chirurgische behandeling ter verbetering van het inspanningsvermogen, of
- e. lijdt aan secundair fenomeen van Raynaud geassocieerd met bindweefselziekte en die sildenafil of tadalafil daarvoor krijgt voorgeschreven en onvoldoende reageert op de behandeling met dihydropyridine calciumantagonisten of daar niet behandeld mee kan worden.
- a. onderhoudsbehandeling bij epilepsie of als behandeling bij epileptisch insult,
- b. behandeling van angststoornissen, waarbij medicamenteuze therapie met ten minste twee antidepressiva overeenkomstig de geldende richtlijnen, heeft gefaald,
- c. behandeling bij multipele psychiatrische problematiek, waarbij behandeling met hoge doses benzodiazepinen noodzakelijk is, of
- d. palliatieve sedatie bij terminale zorg.
- a. dit geneesmiddel gebruikt als:
- 1°. onderhoudsbehandeling bij epilepsie of als behandeling bij epileptisch insult,
- 2°. behandeling van angststoornissen, waarbij medicamenteuze therapie met ten minste twee antidepressiva overeenkomstig de geldende richtlijnen, heeft gefaald,
- 3°. behandeling bij multipele psychiatrische problematiek, waarbij behandeling met hoge doses benzodiazepinen noodzakelijk is,
- 4°. palliatieve sedatie bij terminale zorg, of
- b. niet ambulant is en dit middel gebruikt als spierrelaxans bij therapieresistente spierspasmen ten gevolge van een neurologische aandoening.
- a. uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥30 kg/m2, bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende kunnen worden gereguleerd met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat in de maximaal verdraagbare doseringen en die geen insuline gebruikt, tenzij de verzekerde al op 1 mei 2011 met dit middel in combinatie met insuline wordt behandeld,
- b. als toevoeging aan metformine en basaal-insuline (NPH-insuline/langwerkend insuline analoog) bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2 bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥ 3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering, of
- c. als toevoeging aan een SGLT2-remmer en metformine of wanneer er een contra-indicatie bestaat voor een SGLT2-remmer, toegevoegd aan de standaardbehandeling, bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (overeenkomstig de NHG-richtlijn Diabetes Mellitus type 2):
- 1°. met eerder bewezen hart- en vaatziekten, en/of
- 2°. chronische nierschade.
- a. jonger dan eenentwintig jaar,
- b. ter behandeling van endometriose indien de verzekerde hierop is aangewezen overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard, of
- c. ter behandeling van menorragie waarbij sprake is van bloedarmoede, inhoudende een hemoglobinewaarde die lager is dan de referentiewaarden zoals gehanteerd in de richtlijnen van de desbetreffende beroepsgroepen.
- a. gedefinieerd door 2 of meer relapsen in het voorafgaande jaar bij therapie-naïeve patiënten, of
- b. die niet heeft gereageerd op een behandeling met ten minste één ziektemodificerend geneesmiddel (DMD) dat geregistreerd is voor de behandeling van MS.
- a. met aangetoonde transthyretine-amyloïdose en stadium 1 symptomatische polyneuropathie die geen levertransplantatie heeft ondergaan, of
- b. met wild-type of erfelijke transthyretine-amyloïdose met cardiomyopathie én NYHA klasse I-II.
- a. met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥30kg/m2, bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende kunnen worden gereguleerd met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat in de maximaal verdraagbare doseringen en die geen insuline gebruikt, of
- b. als toevoeging aan metformine en basaal-insuline (NPH-insuline/langwerkend insuline analoog) bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2 bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥ 3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering.
- a. met de ‘gating mutaties’ waarvoor ivacaftor geregistreerd is,
- b. met een R117H mutatie waarvoor ivacaftor geregistreerd is,
- c. van zes jaar en ouder in combinatie met tezacaftor/ivacaftor die
- 1. homozygoot zijn voor de F508del-mutatie in het CFTR-gen of
- 2. heterozygoot zijn voor de F508del-mutatie en één van de volgende mutaties hebben in het CFTR-gen: P67L, R117C, L206W, R352Q, A455E, D579G, 711+3A-->G, S945L, S977F, R1070W, D1152H, 2789+5G-->A, 3272-26A-->G en 3849+10kbC-->T, of
- d. van twee jaar en ouder die tenminste één F508del mutatie hebben in het CFTR-gen, in combinatie met elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor.
- a. in combinatie met zowel een statine als ezetimib in een maximaal verdraagbare dosering,
- b. in combinatie met enkel ezetimib indien er sprake is van contra-indicatie of gedocumenteerde statine-intolerantie: statine-geassocieerde spierpijn voor tenminste drie verschillende statines vastgesteld volgens het stroomschema en de criteria beschreven door EAS/ESC consensus (European Heart Journal 2015; 36: 1012-1022),
- c. in combinatie met enkel statine indien er sprake is van contra-indicatie of gedocumenteerde intolerantie voor ezetimib, of
- d. als monotherapie indien zowel ezetimib als statines niet ingezet kunnen worden vanwege een contra-indicatie of intolerantie. Bij statine-intolerantie gaat het om statine-geassocieerde spierpijn voor tenminste drie verschillende statines vastgesteld volgens het stroomschema en de criteria beschreven door EAS/ESC consensus (European Heart Journal 2015; 36: 1012-1022).
- 1. homozygote familiaire hypercholesterolemie patiënten die niet LDL receptor negatief zijn,
- 2. heterozygote familiaire hypercholesterolemie patiënten, of
- 3. patiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico vanwege vastgestelde hart- en-vaatziekten zoals gedefinieerd in de vigerende CVRM-richtlijn.
- a. die niet toereikend wordt behandeld met een ACE-remmer/angiotensine II receptorblokker (ARB) in combinatie met een betablokker en dit middel gebruikt ter vervanging van de ACE-remmer/angiotensine II receptorblokker, of
- b. die start met dit middel tijdens opname in het ziekenhuis voor hartfalen, of
- c. die dit middel al op 1 augustus 2023 gebruikt.
- a. in combinatie met zowel een statine als ezetimib in een maximaal verdraagbare dosering,
- b. in combinatie met enkel ezetimib indien er sprake is van contra-indicatie of gedocumenteerde statine-intolerantie: statine-geassocieerde spierpijn voor tenminste drie verschillende statines vastgesteld volgens het stroomschema en de criteria beschreven door EAS/ESC consensus (European Heart Journal 2015; 36: 1012-1022),
- c. in combinatie met enkel statine indien er sprake is van contra-indicatie of gedocumenteerde intolerantie voor ezetimib, of
- d. als monotherapie indien zowel ezetimib als statines niet ingezet kunnen worden vanwege een contra-indicatie of intolerantie. Bij statine-intolerantie gaat het om statine-geassocieerde spierpijn voor tenminste drie verschillende statines vastgesteld volgens het stroomschema en de criteria beschreven door EAS/ESC consensus (European Heart Journal 2015; 36: 1012-1022).
- 1. heterozygote familiare hypercholesterolemie patiënten,
- 2. patiënten met een doorgemaakt cardiovasculair event én een recidief cardiovasculair event,
- 3. patiënten met diabetes mellitus type 2 én een doorgemaakt cardiovasculair event, of
- 4. patiënten met een doorgemaakt cardiovasculair event én echte statine-intolerantie die is vastgesteld en gedocumenteerd.
- a. homozygoot zijn voor de F508del-mutatie in het CFTR-gen, of
- b. heterozygoot zijn voor de F508del-mutatie en één van de volgende mutaties hebben in het CFTR-gen: P67L, R117C, L206W, R352Q, A455E, D579G, 711+3A→G, S945L, S977F, R1070W, D1152H, 2789+5G→A, 3272-26A→G en 3849+10kbC→T.
- a. bij de start een proefbehandeling van twee weken met dit geneesmiddel;
- b. na deze proefbehandeling wordt een verbetering van tenminste 20 procent op de T25FWT bereikt.
- a. een aangeboren complementdeficiëntie;
- b. een indicatie voor gebruik van het geneesmiddel eculizumab;
- c. (functionele) hypo-/asplenie, die een hoog risico op invasieve meningokokkenziekte heeft.
- a. met de ziekte van Niemann-Pick type C, of
- b. met de ziekte van Pompe voor gebruik in combinatie met cipaglucosidase alfa.
- a. die onlangs een stamceltransplantatie (allogeen of autoloog) ondergaan heeft, of bij wie een stamceltransplantatie gepland staat,
- b. met een solide tumor of hematologische kanker, die behandeld wordt met een immunosuppressieve behandeling, bij wie vaccinatie vóór, tijdens of na de behandeling toegediend kan worden,
- c. die onlangs een orgaantransplantatie ondergaan heeft, of bij wie een orgaantransplantatie gepland staat,
- d. die geïnfecteerd is met het Humaan Immuundeficiëntie Virus (HIV), of
- e. die behandeld (gaat) worden met een immunosuppressieve biological of Janus Kinase (JAK)-remmer.
- a. topiramaat of valproaat, en
- b. minimaal twee pogingen met botulinetoxine A (6 maanden) volgens PREEMPT-protocol,
- – Alle behandelstappen dienen uitgevoerd te worden in adequate doseringen met een minimale behandelduur conform de geldende behandelrichtlijnen, voordat gestart mag worden met een CGRP-mAb.
- – De behandelstappen mogen alleen overgeslagen worden bij contra-indicaties en de behandelduur mag ingekort worden bij bijwerkingen.
- – Zowel de indicatiestelling, behandeling als het voorschrijven van CGRP-mAbs is voorbehouden aan (of onder de verantwoordelijkheid van) een neuroloog.
- 1. palliatieve sedatie, bij onvoldoende effect van midazolam, of
- 2. misselijkheid en braken in de palliatieve fase, bij onvoldoende effect van andere anti-emetica overeenkomstig de richtlijnen die in Nederland door de desbetreffende beroepsgroepen zijn aanvaard.
- a. met een, tegen meerdere geneesmiddelen resistente, infectie met het humaan immunodeficiëntievirus-1 (hiv-1), voor wie het anders niet mogelijk is om een suppressief antiviraal regime samen te stellen, en
- b. die dit middel niet gebruikt als pre-expositie profylaxe ter vermindering van de kans op een infectie met het humaan immunodeficiëntievirus.
- a. uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2, bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende kunnen worden gereguleerd met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat in de maximaal verdraagbare doseringen en die geen insuline gebruikt, tenzij de verzekerde al op 1 mei 2011 met dit middel in combinatie met insuline wordt behandeld,
- b. als toevoeging aan metformine en basaal-insuline (NPH-insuline/langwerkend insuline analoog) bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2 bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥ 3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering,
- c. in combinatie met een door het RIVM erkende gecombineerde leefstijlinterventie (GLI), indien de GLI niet succesvol is na 1 jaar, voor de behandeling van volwassenen zonder diabetes mellitus type 2 met een extreem verhoogd gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico en die (nog) niet in aanmerking komen voor metabole chirurgie: De behandeling dient te worden gestaakt indien na 3 maanden gebruik van de onderhoudsdosering het aanvankelijke gewicht niet met ten minste 5% is afgenomen, of
- 1°. met een BMI ≥35 kg/m2 in combinatie met een comorbiditeit (hart- en vaatziekte, slaapapneu en/of artrose) óf
- 2°. met een BMI ≥40 kg/m2.
- d. als toevoeging aan een SGLT2-remmer en metformine of wanneer er een contra-indicatie bestaat voor een SGLT2-remmer, toegevoegd aan de standaardbehandeling, bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (overeenkomstig de NHG-richtlijn Diabetes Mellitus type 2):
- 1°. met eerder bewezen hart- en vaatziekten, en/of
- 2°. chronische nierschade.
- a. met voortdurende inflammatoire ziekteactiviteit ondanks adequate behandeling met ten minste één ziektemodulerend geneesmiddel dat geregistreerd is voor de behandeling van MS, of
- b. behandel-naïeve patiënten met zeer actieve ziekte gedefinieerd door de aanwezigheid van twee of meer invaliderende relapses in één jaar en 1 of meer gadolinium aankleurende laesies en/of nieuwe T2-laesies en/of significant groter wordende T2-laesies (≥ 50 procent toename maximale diameter).
- a. uitsluitend voor een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2, bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende kunnen worden gereguleerd met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat in de maximaal verdraagbare doseringen en die geen insuline gebruikt,
- b. als toevoeging aan metformine en basaal-insuline (NPH-insuline/langwerkend insuline analoog) bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2, bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥ 3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering, of
- c. als toevoeging aan een SGLT2-remmer en metformine of wanneer er een contra-indicatie bestaat voor een SGLT2-remmer, toegevoegd aan de standaardbehandeling, bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (overeenkomstig de NHG-richtlijn Diabetes Mellitus type 2):
- 1°. met eerder bewezen hart- en vaatziekten, en/of
- 2°. chronische nierschade.
- a. BMI ≥30 kg/m2, of
- b. BMI 27 kg/m2 tot 30 kg/m2 in combinatie met een comorbiditeit ((risicofactoren voor) hart- en vaatziekte, diabetes mellitus type 2, slaapapneu en/of artrose).
- a. met genetisch bevestigde (volgens de internationale genetische classificatie standaarden) pro-opiomelanocortine(POMC)-deficiëntie, waaronder proproteïneconvertase-subtilisine/kexine type 1(PCSK1)-deficiëntie, of biallelische leptinereceptor(LEPR)-deficiëntie,
- b. die gecombineerde leefstijlinterventie heeft doorlopen.
- a. met aangeboren gegeneraliseerde lipodystrofie (Berardinelli-Seip-syndroom) of verworven gegeneraliseerde lipodystrofie (Lawrence-syndroom);
- b. indien met de huidige behandelingen voor diabetes mellitus of dyslipidemie alsmede een strikt dieet de streefwaarden voor HbA1c, triglyceriden en LDL cholesterol niet worden gehaald; of indien er sprake is van steatosis hepatis met steatohepatitis (verhoogde transaminasen) en/of afname van elasticiteit op de fibroscan.
- a. als adjuvante therapie bij aanvallen die geassocieerd worden met het Lennox-Gastautsyndroom (LGS),
- b. als adjuvante therapie bij aanvallen die geassocieerd worden met het syndroom van Dravet (DS), of
- c. bij therapieresistente aanvallen die geassocieerd worden met tubereuze sclerose complex (TSC).
- a. met narcolepsie, of
- b. gediagnosticeerd met obstructieve slaapapneu (OSA), en
- 1. met residuale klachten van overmatige slaperigheid overdag (EDS) die behandeling behoeft ter verbetering van de mate van wakker-zijn, en
- 2. die optimale OSA-therapie ontvangt, en
- 3. bij wie andere oorzaken voor EDS zijn uitgesloten.
- a. tot en met 25 jaar oud (bij start van de behandeling):
- 1. met een klinische diagnose van 5q SMA type 1, type 2 of type 3, of
- 2. met een presymptomatische diagnose van 5q SMA en één tot en met vier kopieën van het SMN2-gen, of
- b. op grond van artikel 2.1, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering tot 01-07-2033:
- 1. van 26 jaar of ouder (bij start van de behandeling) met een klinische diagnose van 5q SMA type 1, type 2 en type 3 die niet (meer) behandeld kan worden met nusinersen (zoals beoordeeld door het behandelteam van het expertisecentrum in het UMC Utrecht), en
- 2. voor zover de verzekerde deelneemt aan onderzoek als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Regeling zorgverzekering.
- a. die niet toereikend wordt behandeld met een combinatietherapie van een ACE-remmer of angiotensine II receptorblokker (ARB) of sacubitril/valsartan, een bètablokker en een aldosteronantagonist én
- b. die geen SGLT2-remmer gebruikt.
- a. met genetisch bevestigde PFIC (met uitzondering van subtype BSEP3 van PFIC 2), die daarvoor onder behandeling is in een expertisecentrum, of
- b. met ernstige pruritus als gevolg van ALGS, die daarvoor onder behandeling is in een expertisecentrum en bij wie andere niet-invasieve, symptomatische behandeling niet therapeutisch voldoende effectief is.
- a. met zeer actieve ziekte ondanks een volledige en adequate behandeling met ten minste één ziektemodificerende therapie (disease modifying therapy, DMT),
- b. met zich snel ontwikkelende ernstige RRMS, gedefinieerd door 2 of meer invaliderende relapses in één jaar, en met 1 of meer gadolinium aankleurende laesies op de magnetische kernspinresonantie (MRI) van de hersenen of een significante toename van de lading van T2-laesies in vergelijking met een eerdere recente MRI.
- a. die met statine behandeld wordt, en
- b. met verhoogde triglyceriden (tenminste 1,7 en ten hoogste 5,6 mmol/l).
- a. in combinatie met zowel een statine als ezetimib in een maximaal verdraagbare dosering,
- b. in combinatie met enkel ezetimib indien er sprake is van contra-indicatie of gedocumenteerde statine-intolerantie: statine-geassocieerde spierpijn voor tenminste drie verschillende statines vastgesteld volgens het stroomschema en de criteria beschreven door EAS/ESC consensus (European Heart Journal 2015; 36: 1012-1022),
- c. in combinatie met enkel statine indien er sprake is van contra-indicatie of gedocumenteerde intolerantie voor ezetimib, of
- d. als monotherapie indien zowel ezetimib als statines niet ingezet kunnen worden vanwege een contra-indicatie of intolerantie. Bij statine-intolerantie gaat het om statine-geassocieerde spierpijn voor tenminste drie verschillende statines vastgesteld volgens het stroomschema en de criteria beschreven door EAS/ESC consensus (European Heart Journal 2015; 36: 1012-1022).
- 1. heterozygote familiaire hypercholesterolemie patiënten, of
- 2. patiënten met een zeer hoog cardiovasculair risico vanwege vastgestelde hart- en-vaatziekten zoals gedefinieerd in de vigerende CVRM-richtlijn.
- a. met een zeer ernstig gestoorde nierfunctie (CNS stadium 5 met eGFR <5-10 ml/min/1,73m2) die nog niet gedialyseerd wordt of kan worden, of
- b. die zwanger is en een ernstig gestoorde nierfunctie heeft (CNS stadium 4 – 5 met eGFR < 25 ml/min/1,73m2;).
- a. ofwel ondanks het optimaal instellen op bètablokker en/of non-dihydropyridine calciumantagonist persisterende klachten heeft (NYHA ≥II)
- b. ofwel een bewezen contra-indicatie of intolerantie heeft voor bèta- blokkers en/of non-dihydropyridine calciumantagonisten.
- a. als aanvullende onderhoudsbehandeling bij patiënten met ernstig eosinofiel astma dat onvoldoende onder controle is, ondanks hoog gedoseerde inhalatiecorticosteroïden en langwerkende bèta-agonisten. De behandeling dient ten minste de eerste 6 maanden te worden uitgevoerd in het ziekenhuis, of
- b. als aanvullende behandeling bij patiënten met recidiverende of refractaire eosinofiele granulomatose met polyangiitis (EGPA). De behandeling dient plaats te vinden op voorschrift van een erkend expertisecentrum voor vasculitis en tenminste de eerste 6 maanden te worden uitgevoerd in het ziekenhuis.
- a. sprake is van een SALT (Severity of Alopecia Tool) score ≥ 50 én
- b. huidige episode en ziekte-ernst van AA korter is dan 8 jaar én
- c. de hergroei van haar onvoldoende is, ondanks de inzet van lokale middelen en ten minste één systemisch immunosuppressivum (methotrexaat, ciclosporine, prednison oraal of i.m.) in een adequate dosis voor een passende behandelduur, tenzij er aangetoonde contra-indicaties zijn voor of bijwerkingen zijn van deze middelen.
- a. achttien jaar en ouder met
- 1. inflammatory bowel disease (IBD) als oorzaak van de darmresectie en die minstens 3x per week afhankelijk is van totaal parenterale voeding gedurende tenminste 12 maanden, of
- 2. een parenteraal voedingsvolume groter dan 14 liter/week gedurende tenminste 12 maanden, of
- b. zes maanden tot achttien jaar die tenminste voor 30% van zijn calorische en/of vloeistof- en elektrolytenbehoefte afhankelijk is van parenterale ondersteuning, waarbij natuurlijke adaptatie zoveel mogelijk is uitgesloten (conform startcriteria van de beroepsgroep).
- a. genetisch bevestigde, erfelijke transthyretine-amyloïdose en polyneuropathie in stadium 1 of 2 die hiervoor onder behandeling is in of onder supervisie van een expertisecentrum, of
- b. wild-type of erfelijke transthyretine-amyloïdose met cardiomyopathie én NYHA klasse I-II.
- a. uitsluitend voor een verzekerde met episodische migraine met tenminste 4 migrainedagen per maand na falen van profylactische behandeling met de volgende 5 categorieën van migraineprofylactica (ongeacht de volgorde):
- 1. angiotensinereceptorblokker, en
- 2. β-blokker, en
- 3. tricyclisch antidepressivum, en
- 4. topiramaat of valproaat, en
- 5. calciumreceptorantagonist, of
- b. uitsluitend voor een verzekerde met chronische migraine na uitsluiten of behandeling van medicatieovergebruikshoofdpijn en na falen van profylactische behandeling met (ongeacht de volgorde):
- 1. topiramaat of valproaat, en
- 2. minimaal twee pogingen met botulinetoxine A (6 maanden) volgens PREEMPT-protocol,
- – Alle behandelstappen dienen uitgevoerd te worden in adequate doseringen met een minimale behandelduur conform de geldende behandelrichtlijnen, voordat gestart mag worden met een CGRP-mAb.
- – De behandelstappen mogen alleen overgeslagen worden bij contra-indicaties en de behandelduur mag ingekort worden bij bijwerkingen.
- – Een verzekerde met tenminste 4 migrainedagen per maand die al eerder met een CGRP-mAbs voor migraine is behandeld, hoeft niet opnieuw bovenstaande behandelstappen te doorlopen.
- – Zowel de indicatiestelling, behandeling als het voorschrijven van CGRP-mAbs is voorbehouden aan (of onder de verantwoordelijkheid van) een neuroloog.
- a. met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥30kg/m2, bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende kunnen worden gereguleerd met de combinatie van metformine en een sulfonylureumderivaat in de maximaal verdraagbare doseringen en die geen insuline gebruikt, of
- b. als toevoeging aan metformine en basaal-insuline (NPH-insuline/langwerkend insuline analoog) bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 en een BMI ≥ 30 kg/m2 bij wie de bloedglucosewaarden onvoldoende zijn gereguleerd na ≥ 3 maanden behandeling met optimaal getitreerd basaal insuline in combinatie met metformine (al dan niet met een sulfonylureumderivaat) in een maximaal verdraagbare dosering.
- c. als toevoeging aan een SGLT2-remmer en metformine of wanneer er een contra-indicatie bestaat voor een SGLT2-remmer, toegevoegd aan de standaardbehandeling, bij een verzekerde met diabetes mellitus type 2 met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten (overeenkomstig de NHG-richtlijn Diabetes Mellitus type 2):
- 1. met eerder bewezen hart- en vaatziekten; en/of
- 2. chronische nierschade.