Art. 2.5 Rzv, Farmaceutische zorg
Regeling zorgverzekering (Rzv)
1. In bijlage 1 bij deze regeling worden genoemd:
a. de op grond van artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering aangewezen geregistreerde geneesmiddelen;
b. de op grond van artikel 2.1, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering aangewezen geneesmiddelen.
2. In bijlage 2 bij deze regeling worden vermeld:
a. categorieën van geneesmiddelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, waarvoor de farmaceutische zorg slechts aflevering van dat geneesmiddel omvat indien voldaan is aan de bij die categorieën vermelde criteria;
b. de voorwaarden waaronder en de termijn gedurende welke de farmaceutische zorg, bedoeld in de aanhef van artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering de geneesmiddelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, omvat.
3. Polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten behoren slechts tot de farmaceutische zorg indien voldaan is aan onderdeel 1 van bijlage 2 van deze regeling.
4. In bijlage 3, onderdelen A en B, bij deze regeling worden genoemd de geregistreerde geneesmiddelen die als gevolg van een beslissing als bedoeld in artikel 2.50, vijfde lid, niet zijn aangewezen, geregistreerde geneesmiddelen ten aanzien waarvan het voornemen tot aanwijzing als bedoeld in artikel 2.50, achtste lid, niet is uitgevoerd en geregistreerde geneesmiddelen die als gevolg van een wijziging van bijlage 1 niet meer zijn aangewezen.
5. Farmaceutische zorg, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het Besluit zorgverzekering, omvat geneesmiddelen die gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig zijn aan:
a. een geregistreerd UR-geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet waarover blijkens bijlage 1 en 3 bij deze regeling geen besluit over de aanwijzing, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zorgverzekering, is genomen;
b. een in bijlage 3, onderdeel A, bij deze regeling genoemd niet aangewezen, geregistreerd geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet, mits aan daarbij vermelde criteria wordt voldaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3679
- HR 6 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3241
- ABRvS 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:764
- Rb. Gelderland 15 november 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:4583
- Conclusie A-G de Bock 12 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:131
- Hof Den Haag 29 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2018
- HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1535
- Hof Den Haag 22 november 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:2348
- Hof Arnhem-Leeuwarden 6 mei 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3663
- Rb. Haarlem 6 oktober 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ0754
- Rb. Den Haag 12 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:16634
- Conclusie A-G van Peursem 26 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:300
- Hof 's-Hertogenbosch 10 december 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4471
- Hof Den Haag 12 september 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1758
- Rb. Noord-Nederland 2 oktober 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:3904
- Rb. Haarlem 6 oktober 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9720
- Rb. Gelderland 24 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:2035
- Rb. Gelderland 19 juli 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:3104
- Rb. Den Haag 5 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:2466
- Rb. Arnhem 26 februari 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BL7616