Bijlage 3 Wijzigingsregeling Regeling verantwoording kosten Wvg-woonvoorzieningen (vaststelling voorschotaanvraag, enz. voor 2005)
Besluit rijksvergoeding Wvg-woonvoorzieningen Voor de bij de gemeente fungerende accountant Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Onderdeel daarvan is de zorgplicht voor het verstrekken van woonvoorzieningen aan mensen met een handicap. Op grond van artikel 10a van de Wvg kunnen gemeenten voor woonvoorzieningen waarvan de kosten € 20.420,– of meer bedragen een vergoeding krijgen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). In het Besluit rijksvergoeding Wvg-woonvoorzieningen (hierna genoemd het besluit) is nader geregeld welke kosten van woonvoorzieningen bij het Rijk kunnen worden gedeclareerd evenals de wijze en het tijdstip van declareren en de inrichting van de gemeentelijke administratie. In overeenstemming met artikel 4 van het besluit declareert het college van burgemeester en wethouders de in een kalenderjaar gemaakte kosten van de verleende en uitbetaalde woonvoorzieningen door middel van een kostenopgave over dat jaar. Deze kostenopgave moet voor 20 september van het jaar volgend op het jaar waarop de kostenopgave betrekking heeft bij het ministerie zijn ingediend. Bij de kostenopgave moet een verklaring en een rapport van bevindingen van de deskundige belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle betreffende de juistheid van de verstrekte gegevens meegestuurd worden. De verklaring en het rapport van bevindingen worden afgegeven op basis van een onderzoek dat met inachtneming van het onderhavige controle- en rapportageprotocol is uitgevoerd. De doelstelling van dit protocol is om alle betrokkenen duidelijkheid te verschaffen over de verwachtingen die het departement heeft van de reikwijdte van de controle en de verklaring van de accountant en de rapportage erover. Het controleprotocol geeft een minimumpositie weer en laat de eigen verantwoordelijkheid van de gemeente en die van de door haar aangewezen accountant onverlet om tot een goede controle te kome
- – gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen of
- – een uitraasruimte betreft (zie artikel 1, eerste lid, onder c van de Wvg).
- – Periode 1: 2000 en 2001
- – Periode 2: 2002 en 2003
- – Periode 3: 2004 en 2005.
- – de juistheid en de volledigheid van de gegevens die in de verantwoording zijn opgenomen en
- – op de vraag of de gemeentelijke administratie voldoet aan de gestelde eisen.
- – een aanvraag voor een woonvoorziening van de gehandicapte;
- – een indicatieadvies met bouwtechnisch programma van eisen van een indicatieorgaan zoals bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Indien de gemeente van het advies van het indicatieorgaan afwijkt, is toegelicht waarom men hiertoe besloten heeft;
- – één of meer bouwoffertes (met gespecificeerde begrotingen van de bouwkosten en eventueel bijkomende kosten als architectkosten) die aansluiten op het programma van eisen;
- – de wijze waarop de gemeente tot een kostenbeoordeling is gekomen;
- – het gemeentelijk besluit tot verlening van de woonvoorziening (verleningsbeschikking);
- – de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming (vaststellingsbeschikking) (artikel 5 van het besluit).