Bijlage I Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005: kostenratio en ‘Omloopfactor’
Nadere Regeling gedragstoezicht beleggingsinstellingen 2005
De kostenratio, ofwel de Total Expense Ratio wordt afgerond op twee decimalen en wordt berekend door de totale kosten te delen door de gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling. Indien een beleggingsinstelling tien procent of meer van haar netto intrinsieke waarde belegt in beleggingsinstellingen die een kostenratio bekendmaken, wordt een synthetische kostenratio opgesteld. Deze synthetische kostenratio is gelijk aan de totale exploitatiekosten inclusief de in- en uitstapkosten die door de onderliggende beleggingsinstellingen (gewogen op basis van de relatieve omvang van de belegging) worden doorberekend aan de beleggingsinstelling gedeeld door de gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling. Indien de onderliggende beleggingsinstelling geen kostenratio berekent, wordt in de jaarrekening het volgende vermeld: Naast beleggen in onderliggende beleggingsinstellingen komt het veelvuldig voor dat bijvoorbeeld via Commodity Trading Advisors wordt belegd door de beleggingsinstelling. Ook de kosten die met dit soort indirecte beleggingen gemoeid zijn moeten worden meegenomen in de (synthetische) kostenratio van de bovenliggende beleggingsinstellingen op dezelfde wijze als dat met onderliggende beleggingsinstellingen gebeurt. De Omloopfactor, ofwel Portfolio Turnover Rate geeft de omloopsnelheid van de activa weer en wordt als volgt berekend: [(Totaal 1 – Totaal 2) / X] * 100 Totaal 1: het totaal bedrag aan effectentransacties (effectenaankopen + effectenverkopen) van de beleggingsinstelling Totaal 2: het totaal bedrag aan transacties (uitgifte + inkopen) van deelnemingsrechten van de beleggingsinstelling X: de gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling De berekening van de gemiddelde intrinsieke waarde geschiedt zoals bij de kostenratio is omschreven onder A 1.
- 1. De gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling is de som van de intrinsieke waarden gedeeld door het aantal waarnemingen. Hierbij wordt de som van de intrinsieke waarden gebaseerd op de cijfers per 31 december van het voorafgaande boekjaar, 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december van het onderhavige boekjaar of vergelijkbare data bij een afwijkend boekjaar. Het aantal waarnemingen is altijd vijf (tenzij sprake is van een verkort of verlengd boekjaar). De waarnemingen worden als gewogen gemiddelde beschouwd, waarbij de bedoelde tijdstippen worden gewogen in de verhouding 0,5:1:1:1:0,5.
- 2. Onder totale kosten worden begrepen alle kosten die in de verslagperiode ten laste van het resultaat alsmede ten laste van het eigen vermogen worden gebracht. De kosten van beleggingstransacties en de interestkosten worden buiten beschouwing gelaten, evenals de kosten verband houdend met het toe- en uittreden van deelnemers, voor zover deze gedekt worden uit de ontvangen op- en afslagen.
- a. dat het onmogelijk is een synthetische kostenratio voor de desbetreffende beleggingsinstelling op te stellen;
- b. het maximale percentage van de aan de onderliggende beleggingsinstellingen aangerekende beheersvergoedingen, performance fees en overige kosten;
- c. een synthetisch cijfer van de totale verwachte kosten dat wordt berekend door een gedeeltelijk synthetische kostenratio, waarin de kostenratio’s zijn opgenomen van de onderliggende beleggingsinstellingen waar wel een kostenratio van beschikbaar is, op te tellen bij de in- en uitstapvergoedingen en de maximale schatting van de voor opneming in de kostenratio op te nemen kosten van de onderliggende beleggingsinstelling waarvan geen kostenratio beschikbaar is.