Art. 23 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectie Verkeer en Waterstaat 2005, Voorwaarden betreffende uitoefening van mandaat, volmacht en machtiging

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectie Verkeer en Waterstaat 2005

1. De functionarissen, genoemd in de artikelen 2 tot en met 16, en 19 en de functionarissen, bedoeld in de artikelen 20 en 21, maken van het aan hen verleende mandaat, en de aan hen verleende volmacht en machtiging slechts gebruik voorzover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein.

2. De functionarissen, genoemd in de artikelen 2 tot en met 16, en 19 en de functionarissen, bedoeld in de artikelen 20 en 21, nemen bij de uitoefening van het aan hen verleende mandaat, en de aan hen verleende volmacht en machtiging de instructies van de inspecteur-generaal in acht.