Bijlage 2 Beleidsregels verontreinigde grond Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen
Beleidsregels verontreinigde grond Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen
De bemonstering van de depots moet zijn uitgevoerd overeenkomstig het protocol VKB-1001 ‘Monsterneming grond voor het procescertificaat partijkeuringen bouwstoffenbesluit’ volgens de strategie 2 maal 50 grepen of conform het accreditatieprogramma bouwstoffenbesluit (AP04) voor de monstername conform het schema voor de monsterneming ten behoeve van het handhavingsprotocol grond. Per geanalyseerd monster: Het accreditatieprogramma bouwstoffenbesluit (AP04) voor voorbewerking van monsters en laboratoriumonderzoek is van toepassing op de bovenstaande partijgegevens. Op verzoek van Bodem+ worden aanvullende gegevens verstrekt op voet van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Versie maart 2005 Deze brochure is een aanvulling op de brochure ‘indelen in partijen’ en geeft de definities van de verschillende categorieën grond. Grond die geen van de samenstellingswaarden uit bijlage 1 van het Bouwstoffenbesluit (Bsb) overschrijdt. Deze grond is multifunctioneel toepasbaar. In het kader van de Vrijstellingsregeling samenstellings- en immissiewaarden Bouwstoffenbesluit (Staatscourant 126; 1999) mogen in bepaalde gevallen enkele parameters de samenstellingswaarden uit bijlage 1 van het Bsb overschrijden. Grond die: Grond die: Grond die de interventiewaarden overschrijdt. Grond die niet behoort tot de categorieën schone grond, categorie 1-grond, categorie 2-grond of ernstig verontreinigde grond. In figuur 1 is voor anorganische verontreinigingen de indeling in categorieën grafisch weergegeven. De immissiewaarde is in figuur 1 vervangen door een emissie ongeïsoleerd en een emissie geïsoleerd, zodat het onderscheid tussen categorie 1-grond en categorie 2-grond duidelijk wordt. In figuur 2 is voor organische verontreinigingen de indeling in categorieën grafisch weergegeven. Versie maart 2005 Om een zo doelmatig mogelijke verwerking te realiseren is het van belang dat, indien relevant, een partij-indeling wordt gemaakt. Een project dient u zodanig in partijen in te delen dat e
- – Relatienummer van Bodem+ of:
- – Naam, afdeling
- – Adres, postcode, plaats
- – Provincie
- – Telefoon en faxnummers, e-mail adres
- – Contactpersoon en toestelnummer
- – Projectnummer van het Bodem+ of:
- – Projectnaam
- – Projectfinanciering door overheid of anders
- – Projectcode met adres, postcode en plaats
- – X- en Y-coördinaat
- – Projectleider met telefoon en faxnummer en e-mail adres
- – Overzicht van uitgevoerde in-situ bodemonderzoeken en partijkeuringen
- – Een beschrijving van de historie van de locatie en het ontstaan van de verontreiniging op de locatie
- – Een beschrijving van het uitgevoerde grondverzet op de locatie
- – Toelichting
- – Depotnummer saneerder
- – Geraamde hoeveelheid in ton en m3 inclusief onderbouwing
- – Vermoedelijke afvoerdatum
- – Percentage puin en afval
- – Grondsoort met omschrijving (NEN 5104)
- – Korrelverdeling van de minerale delen tot 2 mm (NEN 5753)
- – Gehalten aan vocht (NEN 5748), humus (NEN 5754), lutum (NEN 5753), CaCO3 (NEN 5757) en de pH (KCl) (NEN 5750)
- – Verontreinigingen (gehalten in mg/kg d.s.) onder vermelding van de stof, de concentratie, de minimum en maximum concentraties, het aantal analyses en eventueel de uitloging. (diverse NEN’s; zie AP04)
- – Partijnummer saneerder
- – Geraamde hoeveelheid in ton en m3 inclusief onderbouwing
- – Vermoedelijke afvoerdatum
- – Percentage puin en afval
- – Grondsoort met omschrijving (NEN 5104)
- – Korrelverdeling van de minerale delen tot 2 mm
- – Gehalten aan vocht (NEN 5748), humus (NEN 5754), lutum (NEN 5753), CaCO3 (NEN 5757) en de pH (KCl) (NEN 5750)
- – Verontreinigingen (gehalten in mg/kg d.s.) onder vermelding van de stof, de concentratie, de minimum en maximum concentraties, het aantal analyses en eventueel de uitloging.
- – Asbestonderzoek inclusief de rapportage overeenkomstig NEN 5707 of (o)-NEN 5897
- – Kopie van het certificaat VKB-1001 van de monsternemende instantie
- – Kopie van het monsternameplan
- – Kopie van het monsternameformulier
- – Plattegrond van de locatie met de ligging van de bemonsterde depots
- – Eventueel aanwezige foto’s van de bemonsterde depots
- – Kopieën van de analysecertificaten van het laboratorium (AP04)
- 1. de samenstellingswaarden uit bijlage 1 van het Bsb overschrijdt maar
- 2. geen van de samenstellingswaarden voor grond uit bijlage 2 van het Bsb overschrijdt en
- 3. op zodanige wijze kan worden gebruikt dat, ook indien geen isolatiemaatregelen worden genomen, geen van de immissiewaarden voor anorganische verontreinigingen wordt overschreden.
- 1. de samenstellingswaarden uit bijlage 1 van het Bsb overschrijdt maar
- 2. geen van de samenstellingswaarden voor grond uit bijlage 2 van het Bsb overschrijdt en
- 3. op zodanige wijze kan worden gebruikt dat, slechts indien isolatiemaatregelen worden genomen, geen van de immissiewaarden voor anorganische verontreinigingen wordt overschreden.
- – milieukundige begeleiding;
- – depotvorming (op of nabij de locatie);
- – en aanvullende bemonstering.
- 1. grondsoort
- 2. verontreinigingsgraad:
- a. categorieën;
- b. zware metalen;
- c. asbest;
- d. overige verontreinigingen.
- 1. gehalte aan zware metalen onder de samenstellingswaarden schone grond (bijlage 1 Bsb);
- 2. gehalte aan zware metalen onder de samenstellingswaarden herbruikbare grond (bijlage 2 Bsb);
- 3. gehalte aan zware metalen boven de samenstellingswaarden herbruikbare grond (bijlage 2 Bsb).
- 1. gewogen gehalte asbest onder de restconcentratienorm c.q. de interventiewaarde;
- 2. gewogen gehalte asbest gelijk aan of boven de restconcentratienorm c.q. de interventiewaarde.