Bijlage 2 Subsidieregeling kinderopvang: behorende bij artikel 15, tweede lid, van de Subsidieregeling kinderopvang
Het doel van de Subsidieregeling kinderopvang is het creëren van een subsidiekader om projecten te subsidiëren die bijdragen aan het stelsel van toegankelijke en verantwoorde kinderopvang. De Algemene Regeling SZW-subsidies is van toepassing op alle subsidieverstrekking door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die is gebaseerd op de Kaderwet SZW-subsidies. In de Subsidieregeling kinderopvang zijn de algemene regels aangevuld of daarvan afgeweken. Ingevolge artikel 14, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies dient de subsidie-ontvanger binnen 4 maanden na afloop het project een verantwoording in, voorzien van een declaratie. De declaratie is bij een subsidie van € 50.000 voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 16, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies). Deze verklaring wordt afgegeven op basis van een onderzoek dat met inachtneming van het terzake vastgestelde controle- en rapportageprotocol is uitgevoerd (artikel 15, tweede lid, van de Subsidieregeling kinderopvang). Dit controle- en rapportageprotocol geeft aanwijzingen voor de door de accountants uit te voeren controlewerkzaamheden in het kader van subsidiabele activiteiten waarop de Subsidieregeling kinderopvang van toepassing is. Op de subsidieverlening in het kader van genoemde subsidieregeling zijn tevens van toepassing: de Kaderwet SZW-subsidies, de Algemene Regeling SZW-subsidies en Titel 4.2 Subsidies van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit controle-en rapportageprotocol is geen werkprogramma. De accountant belast met de controle van de declaratie dient zorg te dragen voor een op de situatie toegesneden werkprogramma, waarbij aan de specifieke kenmerken van de administratieve organisatie van een gesubsidieerd project voldoende aandacht wordt geschonken. Het controle- en rapportageprotocol heeft de volgende indeling: Bij de controle dient de accountant bij de uitvoering van
- 1. Het accountantsonderzoek
- 1.1 Het onderwerp van onderzoek
- 1.2 De (reikwijdte van) de accountantsverklaring
- 1.3 De te hanteren toleranties
- 1.4 Het rapport van bevindingen
- 2. De declaratie
- 3. Aandachtspuntenlijst Subsidieregeling kinderopvang
- 4. Model Accountantsverklaring
- – de declaratie een getrouw beeld geeft;
- – (aanvullende) subsidievoorwaarden in de subsidiebeschikking zijn nageleefd;
- – overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving is nageleefd.
- – De inrichtingseisen: de indeling van de declaratie sluit aan bij de door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid goedgekeurde begroting;
- – De getrouwheid: de declaratie geeft een getrouw beeld, conform de getrouwheidsaspecten genoemd in Richtlijn voor de Accountantscontrole 200, paragraaf 7, te weten:
- a. Betrouwbaarheid;
- b. Aanvaardbaarheid;
- c. Toereikendheid.
- – De rechtmatigheid: de handelingen die aan de in de declaratie opgenomen informatie ten grondslag liggen zijn rechtmatig, dat wil zeggen in overeenstemming met de subsidievoorwaarden, opgenomen in de Algemene Regeling SZW-subsidies, de Subsidieregeling kinderopvang en de subsidiebeschikking en de Kaderwet SZW-subsidies.
- – De declaratie geeft duidelijk de opbrengsten en kosten weer welke op de gesubsidieerde activiteiten betrekking hebben (artikel 15, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies);
- – De declaratie sluit, indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, aan bij de door de minister goedgekeurde begroting. Belangrijke verschillen tussen de declaratie en de goedgekeurde begroting worden toegelicht (artikel 15, tweede lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies);
- – De baten en lasten die door middel van interne doorberekeningen zijn toegerekend, dienen te zijn bepaald op bedrijfseconomische en maatschappelijk aanvaarde grondslagen. Voorzover hierin lasten zijn begrepen van materiële vaste activa, worden deze lasten op basis van de aanschaffingsprijzen van die activa berekend (artikel 15, derde lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies). Tevens dient de berekeningsgrondslag van overheadkosten juist te zijn en te zijn gebaseerd op de subsidiebeschikking;
- – Voorzover het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming moet dat uit de declaratie blijken en is daarvoor in overeenstemming met artikel 4:41 van de Awb een vergoeding verschuldigd. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de marktwaarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding wordt ontvangen (artikel 17 van de Algemene Regeling SZW-subsidies);
- – Indien de in het projectplan opgenomen resultaten concreet meetbaar zijn, dient de declaratie de resultaten te weergeven. De accountant dient de betrouwheid van de resultaten na afloop van het project te toetsen;
- – De in paragraaf 3 vermelde toetspunten.
- – De inrichting van de administratie sluit aan bij de ingediende en goedgekeurde begroting en het projectplan; zij bevat de informatie die nodig is voor een juist inzicht in de realisatie van de subsidiabele activiteiten en voor een juiste subsidieverstrekking (artikel 12, eerste lid onderdeel a, van de Algemene Regeling SZW-subsidies);
- – Indien personeelskosten onderdeel van de subsidie uitmaken, dient de administratie hierop te zijn ingericht. Als medewerkers gedurende het project volledig worden ingezet op het project, volstaat een verklaring waarin de werkelijke inzet in uren per week is weergegeven. Als medewerkers voor een deel van hun arbeidstijd op het project worden ingezet, dient er sprake te zijn van een sluitende urenadministratie, inclusief de noodzakelijke functiescheiding.
- – De administratie is zodanig ingericht dat de juistheid en volledigheid van de financiële gegevens er op eenvoudige wijze uit kunnen worden opgemaakt (artikel 12, eerste lid onderdeel b, van de Algemene Regeling SZW-subsidies). Dit houdt in:
- – dat alle ontvangsten en uitgaven onmiddellijk in de administratie worden vastgelegd met onderliggende stukken; van ontvangsten en uitgaven zonder bewijsstukken wordt een afzonderlijke administratie ingericht;
- – dat bewijsstukken aanwezig zijn ten name van de gesubsidieerde waaruit de aard van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt;
- – De administratie en de daarbij behorende bewijsstukken worden ten minste gedurende vijf jaar bewaard (artikel 12, tweede lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies).