Bijlage II Regeling uitkeringen cultuurbereik 2005–2008: controleprotocol

Regeling uitkeringen cultuurbereik 2005–2008

Dit controleprotocol is bedoeld voor de accountant bij het controleren van de verantwoording van gemeenten en provincies die krachtens de Wet op het specifiek cultuurbeleid van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de volgende specifieke uitkeringen ontvangen en die hun verantwoording dienen te voorzien van een accountantsverklaring: Dit controleprotocol is van toepassing met ingang van de verantwoording over 2005. Onder een specifieke uitkering wordt verstaan: middelen die de minister aan een gemeente of provincie beschikbaar stelt voor de subsidiëring van algemeen omschreven activiteiten of doelen, waarbij de verantwoordelijkheid voor de inzet van de middelen, waaronder de verdere subsidiëring aan natuurlijke personen en rechtspersonen (hierna te noemen: subsidieontvangers), wordt overgedragen aan de gemeente of provincie. Door de specifieke uitkeringen wordt de gemeente of provincie beter in staat gesteld voorzieningen te treffen die aansluiten bij de lokale cultuurbehoeften. Er is hier sprake van decentralisatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De gemeente of provincie draagt bij de specifieke uitkeringen een grote verantwoordelijkheid. Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen die zij zelf doen, maar zij zijn ook verantwoordelijk voor een rechtmatige besteding van middelen die zij aan de subsidieontvangers overdragen. Bij de verantwoording is de gemeente of provincie dus op twee niveau’s verantwoordelijk voor de besteding van de specifieke uitkering: Rechtmatige besteding van de specifieke uitkering betekent hier dat de subsidieontvangers de specifieke uitkering hebben besteed ter realisatie van de afgesproken doelen. De gemeente of provincie moet schriftelijk hebben vastgelegd hoe en wanneer de subsidieontvangers verantwoording afleggen aan de gemeente of provincie. Uit deze verantwoording moet tenminste blijken dat de subsidieontvangers de specifieke uitkering hebben besteed ter realisatie van d