Art. 2 Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005, Bevoegdheden door mandaat, volmacht en machtiging aan plaatsvervangend directeur-generaal

Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 2005

De plaatsvervangend directeur-generaal is – met inachtneming van artikel 8 – gemandateerd, gevolmachtigd en gemachtigd om de aan de directeur-generaal op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005 verleende bevoegdheden uit te oefenen.