Art. 3 Registratieregeling maatschappelijke opvang en vrouwenopvang

Registratieregeling maatschappelijke opvang en vrouwenopvang

1. Een instelling registreert van de cliënt in ieder geval de volgende categorieën gegevens:

a. demografische gegevens van de cliënt waaronder verstaan worden gegevens betreffende:

1°. het geslacht;

2°. de geboortedatum;

3°. de woongemeente;

4°. de herkomst en de nationaliteit;

5°. de burgerlijke staat;

6°. verblijfsstatus;

7°. het opleidingsniveau;

8°. dagbesteding, bron van inkomsten en hoogte van schulden;

9°. de woon- en leefsituatie;

b. gegevens over de situatie van de cliënt waaronder verstaan wordt gegevens betreffende:

1°. problemen, waaronder psychische problemen en verslaving;

2°. kwaliteit van leven;

3°. de zorgbehoeften;

4°. het zorggebruik, ooit en actueel;

5°. GGZ-indicatie;

c. in- en uitstroomgegevens, waaronder gegevens betreffende:

1°. initiatiefnemer/verwijzer bij aanmelding;

2°. datum inschrijving;

3°. uitvoering probleeminventarisatie;

4°. reden geen probleeminventarisatie;

5°. doorverwijzing na afwijzing (bij geen probleeminventarisatie);

6°. hulpdoel

7°. aanbieding van dienstenaanbod;

8°. reden geen dienstenaanbod;

9°. doorverwijzing na afwijzing (bij geen dienstenaanbod);

10°. soort, aantal en duur diensten;

11°. reden beëindiging dienstenaanbod;

12°. resultaat dienstenaanbod;

13°. hulpdoel bereikt;

14°. datum uitschrijving;

15°. doorverwijzing na einde dienstenaanbod.

2. Aan de te registreren gegevens dient een unieke cliëntcode te worden toegevoegd.