Bijlage E Br: overige antecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
Beleidsregel betrouwbaarheidstoetsing (Br)
Onder overige antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), wordt in ieder geval de volgende verstaan: Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene, voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn. Het belang van de handhaving van de integriteit op de financiële markten is groot en het maatschappelijk vertrouwen in deze markten en instellingen die hierop handelen is essentieel. Over de betrouwbaarheid van (mede)beleidsbepalers van financiële instellingen en houders van gekwalificeerde deelnemingen in het kapitaal of de stemrechten van betrokken instellingen mag geen twijfel bestaan. Deze personen worden voordat zij die functies mogen vervullen, getoetst door een toezichthouder (te weten De Nederlandsche Bank of de Stichting Autoriteit Financiële Markten) of de Minister van Financiën. Een eenmaal getoetste persoon dient blijvend te voldoen aan de wettelijk vereiste betrouwbaarheid. Tegen deze achtergrond zijn genoemde twee toezichthouders en de Minister van Financiën (hierna gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk te noemen: 'de toezichthouder') tot onderlinge afstemming gekomen inzake de toetsing van de betrouwbaarheid. Deze afstemming heeft geleid tot de onderhavige beleidsregel met betrekking tot de beoordeling van de betrouwbaarheid. In het kader van de uitoefening van zijn wettelijke taken en bevoegdheden moet de toezichthouder zich een oordeel vormen over de vraag of de betrouwbaarheid van bepaalde personen al dan niet buiten twijfel staat. Afhankelijk van de betrokken bepaling betreft het hier (kandidaat)(mede)beleidsbepalers, zoals bestuurders en leden van Raden van Commissarissen, en houders van gekwalificeerde deelnemingen in het kapitaal of de stemrechten van betrokken instellingen. Blijkens de parlementaire geschiedenis is de toetsing van de betrouwbaarheid van houders van een gekwalificeerde deelneming in een onder toezicht staande instelling een onderdeel van de proce
- - betrokkene behoort ingeschreven te staan bij het Dutch Securities Institute (DSI) en is door DSI om welke reden dan ook uitgeschreven;
- - betrokkene is onderworpen (geweest) aan een procedure tot het treffen van tuchtrechtelijke, disciplinaire of andere vergelijkbare maatregelen door of vanwege een organisatie van beroepsgenoten van betrokkene in of buiten Nederland, bijvoorbeeld het Koninklijk nivra, de Orde van Advocaten of het Actuarieel Genootschap, en deze procedure heeft tot maatregelen geleid;
- - betrokkene is betrokken (geweest) bij enig conflict met zijn huidige dan wel een vorige werkgever aangaande de correcte vervulling van zijn functie of naleving van gedragsnormen in verband met die taakvervulling en dit conflict heeft geleid tot het opleggen van een arbeidsrechtelijke sanctie aan betrokkene (zoals bijvoorbeeld in de vorm van een waarschuwing, berisping, schorsing of ontslag).
- - De beleidsregel geeft aan op welke wijze door de toezichthouder inzicht wordt verkregen in voornoemde antecedenten.
- - Indien betrokkene gedragingen heeft vertoond die naar het oordeel van de toezichthouder in de weg staan aan het vervullen van de functie dan wel het houden van een gekwalificeerde deelneming, concludeert de toezichthouder dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat. Bij deze oordeelsvorming betrekt de toezichthouder (i) in voorkomend geval het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging(en) en de overige omstandigheden van het geval, (ii) de belangen die de toezichtswet beoogt te beschermen, alsmede (iii) de overige belangen van de financiële instelling en betrokkene.
- - De beleidsregel eindigt met een indicatie van eventuele toezichtsmaatregelen die genomen kunnen worden indien zich de omstandigheid voordoet dat de betrouwbaarheid van een (kandidaat)(mede)beleidsbepaler of een (kandidaat)houder van een gekwalificeerde deelneming naar het oordeel van de toezichthouder niet buiten twijfel staat.
- - Ten aanzien van de antecedenten zoals genoemd in bijlage A2 heeft de toezichthouder, gegeven de verstrekkende consequenties die hieraan verbonden zijn (zie hiervoor artikel 3, derde lid), een begrenzing aangebracht en daarbij gekozen voor een termijn van 8 jaar.