Bijlage A2 Br: strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid en artikel 3, derde lid
Beleidsregel betrouwbaarheidstoetsing (Br)
Betrokkene is bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak veroordeeld ter zake van (poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van - mislukte uitlokking, art. 46a WvSr. daaronder begrepen -, medeplegen van en/of medeplichtigheid aan) één of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten: Onder veroordelingen wordt ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer aldaar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
- - het in of vanuit Nederland, beschikkende over voorwetenschap, verrichten of bewerkstelligen van transacties in bepaalde effecten (artikel 46 Wte);
- - het doorgeven van voorwetenschap als bedoeld in artikel 46 Wte of de nadrukkelijke aanbeveling bepaalde transacties te doen zonder daarbij de voorwetenschap door te geven (artikel 46a Wte);
- - diefstal onder verzwarende omstandigheden (311, 312 WvSr.), verduistering (321-323 WvSr.), valsheid in geschrifte (225 WvSr.), opzettelijk verstrekken van onware gegevens (227a WvSr.), opzettelijk schenden van de verplichting gegevens te verstrekken (227b WvSr.), benadeling van schuldeisers of rechthebbenden (340-348 WvSr.);
- - opzetheling (416 WvSr.);
- - witwassen (420 bis-420 ter WvSr.);
- - overtredingen uit de financiële ordeningswetgeving, als misdrijf strafbaar gesteld in artikel 2 jo. 6 van de Wet op de economische delicten en waarvoor betrokkene is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en/of een geldboete van ten minste de vierde categorie.