Art. 1 Br, Omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften
Beleidsregel betrouwbaarheidstoetsing (Br)
1. Onder betrouwbaarheid wordt voor de toepassing van de toezichtswet verstaan het zich onthouden van één of meer gedragingen die naar het oordeel van de toezichthouder in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler dan wel het houden van een gekwalificeerde deelneming.
2. Tot de in het eerste lid bedoelde gedragingen behoren in ieder geval gedragingen die blijk geven van het niet hebben van eigenschappen als waarheidslievendheid, verantwoordelijkheidszin, wetsgetrouwheid, openheid, oprechtheid, prudentie, punctualiteit, onkreukbaarheid, discretie en rechtschapenheid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 31 maart 2014, ECLI:NL:CBB:2014:105
- Rb. Rotterdam 19 mei 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AQ6564
- Rb. Rotterdam 19 mei 2004, ECLI:NL:RBROT:2004:AP4624
- Rb. Rotterdam 27 september 2002, ECLI:NL:RBROT:2002:AE8332
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 13 februari 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:105