Bijlage 4 Rbjz: controleprotocol voor de accountantscontrole bij stichtingen en zorgaanbieders
Regeling bekostiging jeugdzorg (Rbjz)
Waar in dit protocol wordt gesproken van instelling wordt daaronder verstaan een bureau jeugdzorg of een zorgaanbieder. Het controleprotocol is opgesteld ten behoeve van de door de instellingen met de controle belaste accountant ter zake van de reikwijdte en diepgang van de controle op de naleving van de voorschriften, verbonden aan de besteding van de uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg verleende subsidie, en de rapportering daarover. Belangrijk uitgangspunt van dit protocol is dat de reikwijdte van de accountantscontrole en de accountantsverklaring zowel betrekking hebben op de rechtmatigheid als het getrouwe beeld van de jaarrekening. De inhoud van dit protocol sluit aan bij het zogeheten Handboek Controle DAD, dat geldt voor de accountantscontrole bij het Rijk. Tevens is aansluiting gezocht bij de bepalingen van het Besluit Accountantscontrole gemeenten (Stb. 2002, nr. 68). De accountant dient een gekwantificeerd oordeel te geven over de mate van getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening. Een goedkeurende verklaring wordt afgegeven indien de totale omvang van de onjuistheden en onzekerheden binnen zekere grenzen blijven. Deze grenzen zijn gerelateerd aan het totaal van de aan de instelling uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg in het boekjaar verleende subsidies. De grens voor onjuistheden en onzekerheden bedraagt 1% (maximale fout) respectievelijk 3% (maximale onzekerheid). Indien een of meer van bovengenoemde grenzen worden overschreden rapporteert de accountant over de financiële omvang van de aangetroffen onjuistheden en onzekerheden. De accountantsverklaring heeft een betrouwbaarheid van minimaal 95%, conform de gebruikelijke beroepsopvatting. Het is aan de accountant zelf om in de controlemix keuzes te maken zodat een verantwoorde uitspraak kan worden gedaan ten aanzien van de fouten en onzekerheden. Tevens stelt de accountant zelfstandig vast of en in hoeverre bij de uitvoering van de controlewerkzaamheden gesteund kan worden op de interne contr
- – het bij of krachtens de Wet op de jeugdzorg bepaalde;
- – voorschrift Informatiebeveiliging Rijksoverheid 1994;
- – Europese aanbestedingsrichtlijnen: Richtlijn 93/36/EEG voor de coördinatie van opdrachten voor Leveringen, Richtlijn 92/50/EEG voor de coördinatie van de opdrachten voor Diensten, Richtlijn 93/37/EEG voor de coördinatie van de procedures voor het aanbesteden van Werken, Wijzigingsrichtlijn 97/52/EEG voor Diensten, Leveringen en Werken. Nederlandse wet- en regelgeving: Besluit overheidsaanbestedingen Stbl. 436 (1997) en 542 (1998), Raamwet EEG-voorschriftenoverheidsaanbestedingen 212 j° (1993) , 305 (1993), 379 (1994), 436 (1997), 542 (1998).
- – de accountant stelt vast dat de subsidie door de stichting slechts is aangewend voor de taken, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg;
- – de accountant stelt de volledigheid vast van de meldingen door het bureau jeugdzorg aan het landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen (LBIO) over de aanvang en de beëindiging van jeugdzorg waarvoor een ouderbijdrage op grond van de wet verschuldigd is (artikel 12 van de Wet op de jeugdzorg);
- – de accountant stelt de juistheid vast van de aantallen jeugdigen, waarvoor de stichting een van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid onder a tot en met d, van de Wet op de jeugdzorg uitvoert: In dit verband beoordeelt de accountant de opzet, het bestaan en de werking van de beheersmaatregelen rond de registratie van jeugdigen (IJ systeem).
- – de accountant stelt vast dat de subsidie door de zorgaanbieder slechts is aangewend voor de taken, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de wet;
- – de accountant stelt vast dat op de verleende zorg, die door de zorgaanbieder voor subsidie in aanmerking is gebracht, aanspraak bestond op grond van de Wet op de jeugdzorg, blijkend uit een besluit van de betrokken stichting als bedoeld in artikel 6 van de Wet op de jeugdzorg, waarin is vastgesteld dat een cliënt is aangewezen op de in dat besluit opgenomen jeugdzorg of een document waaruit blijkt dat een cliënt een aanspraak heeft als bedoeld in artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit jeugdzorg of een beslissing van de rechter, de selectiefunctionaris of de directeur als bedoeld in artikel 3, derde lid, tweede volzin, van de Wet op de jeugdzorg. In het bijzonder stelt de accountant vast dat de termijn gedurende welke de aanspraak geldt niet is overschreden.
- – de oorzaken die ten grondslag liggen aan het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, waarbij per oorzaak de omvang van het financiële belang wordt vermeld van de geconstateerde onjuistheden respectievelijk van de onzekerheden.
- – De bevindingen met betrekking tot bepalingen met procedurele respectievelijk speciale aandacht.
- – ongeacht de aard van de bevindingen, de volgende onderwerpen:
- • De toereikendheid in het algemeen van de opzet, het bestaan en de werking van de administratieve organisatie, waaronder begrepen de richtlijnen en werkinstructies voor de met de uitvoering belaste medewerkers en de tijdige aanpassing daarvan als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving. Hierbij rapporteert de accountant tevens over de bevindingen inzake de naleving van wet- en regelgeving in het algemeen en (voor zover de bevindingen niet zijn vermeld bij de accountantsverklaring) in het bijzonder over de betreffende wetsartikelen (c.a.) met procedurele en speciale aandacht, alsmede de naleving van het voorschrift Informatiebeveiliging Rijksoverheid.
- • De toereikendheid van de maatregelen, die het management van de instelling voornemens is te nemen om eventuele tekortkomingen in de administratieve organisatie weg te nemen c.q. geconstateerde risico’s te beheersen.
- • Baten, niet zijnde subsidies uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg, dienen apart en per ontstaansgrond uit de jaarrekening te blijken. Voorzover deze baten ook lasten met zich brengen, dienen deze per ontstaansgrond separaat in de jaarrekening te worden toegelicht. De lasten dienen op een bedrijfseconomisch aanvaardbare grondslag te zijn berekend. De gehanteerde grondslag wordt toegelicht in de jaarrekening.
- • Vaststelling, dat de instelling zich houdt aan de regelgeving inzake overheidsopdrachten (waaronder het besluit overheidsaanbestedingen c.q. de aanbestedingsrichtlijn van de EU). Met betrekking tot de controle op de naleving van de voorschriften inzake Europese aanbesteding zijn met name de geldende drempelbedragen en de specifieke criteria van leveringen en diensten van belang.
- • De werking van de procedures voor het registeren van de gegevens die bepalend zijn voor de subsidieverstrekking uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg. In dit verband dient in kwantitatieve zin ingegaan te worden op de resultaten van het onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoording met betrekking tot de aantallen, die betrekking hebben op de activiteiten genoemd in de regeling normbedragen jeugdzorg.
- • De werking van de procedures voor het registeren van de gegevens die geleverd moeten worden uit hoofde van artikel 44, zesde lid, van de Wet op de jeugdzorg.
- a. de jaarrekening geeft getrouw zowel de baten als lasten over jaartal als de activa en passiva per datum, weer en
- b. de in de jaarrekening opgenomen baten en lasten, alsmede de balansmutaties zijn tot stand gekomen in overeenstemming met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen.