Bijlage 3 Rpz: eisen aan het pleegcontract bedoeld in artikel 3, derde lid

Regeling pleegzorg (Rpz)

1. Een pleegcontract heeft slechts betrekking op één pleegkind. 2. Het pleegcontract vermeldt de datum waarop de opvoeding en verzorging van het pleegkind op grond van een aanspraak op verblijf bij een pleegouder aanvangt. 3. Het pleegcontract wordt, onverminderd punt 4, aangegaan voor een periode die eindigt op het moment dat de onderzoeken, bedoeld in artikel 2, tweede en vijfde lid, zijn afgerond, doch voor ten hoogste dertien weken, gerekend vanaf de dag, bedoeld onder 2. 4. Het pleegcontract eindigt zodra de aanbieder het verblijf van het pleegkind bij de pleegouder in het kader van een aanspraak op grond van de wet beëindigt omdat de aanbieder van pleegzorg het verblijf van het pleegkind bij de pleegouder schadelijk acht voor de ontwikkeling van het pleegkind. 5. Het pleegcontract regelt dat de pleegouder meewerkt aan de onderzoeken, bedoeld in artikel 2, tweede en vijfde lid. 6. Het pleegcontract bevat de aard en de omvang van de door de aanbieder te verlenen begeleiding. 7. Het pleegcontract bevat in voorkomende gevallen een regeling omtrent de van de pleegouders vereiste medewerking bij de uitvoering van de regeling die bestaat omtrent de omgang met de ouders en eventuele andere verwanten van het pleegkind, waarbij de aanbieder verplicht is de privacy van het pleeggezin zo veel als mogelijk te beschermen. 8. Het pleegcontract bevat een regeling van de informatie die de pleegouder moet verschaffen in verband met de vaststelling van de pleegvergoeding. 9. De aanbieder en de pleegouder betrekken het pleegkind overeenkomstig zijn beoordelingsvermogen bij voor hem belangrijke aangelegenheden en beslissingen. 10. Het pleegcontract bevat de bepaling dat de aanbieder van pleegzorg zich verbindt klachten van de pleegouder over gedragingen van hemzelf of van voor hem werkzame personen te behandelen overeenkomstig de klachtenregeling, bedoeld in Hoofdstuk XII van de wet.