Bijlage 2 Rpz: eisen aan het pleegcontract bedoeld in artikel 3, tweede lid
1. Een pleegcontract heeft slechts betrekking op één pleegkind. 2. Het pleegcontract vangt aan op het moment dat de pleegouder de voogdij over het pleegkind heeft gekregen en het pleegkind binnen zijn gezin verzorgt en opvoedt. 3. Het pleegcontract eindigt wanneer de pleegouder-voogd ophoudt het pleegkind in zijn gezin op te voeden en te verzorgen, het pleegkind meerderjarig wordt of de voogdij van de pleegouder-voogd anderszins eindigt. 4. Het pleegcontract bevat de bepaling dat de aanbieder zich verbindt klachten van de pleegouder-voogd over gedragingen van hemzelf of van voor hem werkzame personen te behandelen overeenkomstig de klachtenregeling, bedoeld in Hoofdstuk XII van de wet. 5. Het pleegcontract bevat een regeling van de informatie die de pleegouder moet verschaffen in verband met de vaststelling van de pleegvergoeding.