Bijlage 5 Regeling veiligheid zeeschepen: behorende bij de artikelen 25, eerste lid, en 49, derde lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen
Regeling veiligheid zeeschepen
Kolom A: vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een onbeperkt vaargebied Kolom B: vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan GMDSS-zeegebied A2 als bedoeld in voorschrift IV/2 van het SOLAS-verdrag en vrachtschepen gecertificeerd overeenkomstig de CCSS-Code Kolom B1: vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan de Nederlandse Exclusieve Economische Zone en die niet langer dan 7 aaneengesloten dagen buiten een Nederlandse haven zijn Kolom C: vrachtschepen, zeilschepen en vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan GMDSS-zeegebied A1 als bedoeld in voorschrift IV/2 van het SOLAS-verdrag tot 30 mijl uit de kust van een Europees land en vrachtschepen gecertificeerd overeenkomstig de SCV-Code waarmee reizen worden ondernomen in onbeschutte wateren (exposed waters) als bedoeld in voorschrift I/2.15 van die code Kolom D: passagiersschepen, niet zijnde schepen waarmee korte internationale of nationale reizen als bedoeld in voorschrift III/3 van het SOLAS-verdrag worden gemaakt Kolom E: passagiersschepen waarmee korte internationale of nationale reizen als bedoeld in voorschrift III/3 van het SOLAS-verdrag worden gemaakt en passagiersschepen gecertificeerd overeenkomstig de SCV-Code waarmee reizen worden ondernomen in onbeschutte wateren (exposed waters) als bedoeld in voorschrift I/2.15 van die code Max.: maximumhoeveelheid Kolom R reddingsboten, reddingsvlotten en hulpverleningsboten per 50 personen RMA het middel dient in beginsel slechts op advies van de Radio Medische Dienst of van een arts te worden toegediend of toegepast f slechts voorgeschreven bij één of meer bemanningsleden van het vrouwelijk geslacht t slechts voorgeschreven op reizen in tropische wateren z slechts voorgeschreven voor zeilschepen [ ] slechts voorgeschreven voor schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren en veerboten als bedoeld in artikel 3, t
- 1. Deze bijlage is tevens van toepassing op vissersvaartuigen.
- 2. Voor de toepassing van deze bijlage wordt met de kapitein van een schip gelijkgesteld de schipper van een vissersvaartuig.
- 1. Aan boord van een schip zijn de in de tabellen 1 en 2 voorgeschreven geneesmiddelen, verpleeg- en verbandartikelen, handboeken en overige benodigdheden aanwezig. Voor schepen waarmee gevaarlijke stoffen als bedoeld in hoofdstuk VII, deel A, van het SOLAS-verdrag worden vervoerd en veerboten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van richtlijn 92/29/EEG kunnen afwijkende hoeveelheden gelden. Deze afwijkende hoeveelheden staan tussen haakjes vermeld.
- 2. De in de kolommen A tot en met E voor een benodigdheid als bedoeld in het eerste lid aangegeven minimumhoeveelheid geldt voor schepen met een gemonsterde bemanning tot en met 15 personen. Bij een bemanningssterkte van meer dan 15 personen wordt die hoeveelheid voor elke volgende groep van ten hoogste 15 personen steeds met honderd procent vermeerderd tot maximaal de voor die benodigdheid in tabel 1of 2 aangegeven maximumhoeveelheid, met dien verstande dat de maximumhoeveelheid voor een andere benodigdheid dan een receptplichtig geneesmiddel mag worden overschreden.
- 3. In afwijking van het tweede lid behoeft bij een bemanningssterkte van 15 tot en met 24 personen de in de kolommen A tot en met E voor een benodigdheid aangegeven hoeveelheid slechts met vijftig procent te worden vermeerderd. Indien de in de tabellen aangegeven hoeveelheid van een benodigdheid één bedraagt, behoeft deze hoeveelheid bij een bemanningssterkte van 15 tot en met 24 personen niet te worden vermeerderd.
- 1. De tot de uitrusting van reddingsboten, reddingsvlotten en hulpverleningsboten behorende medicijnkisten bevatten de in kolom R van de tabellen 1 en 2 voorgeschreven benodigdheden.
- 2. De in kolom R aangegeven hoeveelheden gelden per 50 personen, met uitzondering van het middel tegen zeeziekte, waarvoor de per persoon benodigde hoeveelheden zijn vermeld.
- 1. De in artikel 2 bedoelde medische uitrusting wordt in daarvoor geschikte kisten of in daarvoor ingerichte kasten of ruimten bewaard.
- 2. Onder de Opiumwet vallende preparaten die deel uitmaken van de medische uitrusting, worden bewaard in een kluis, waarvan de sleutel berust bij de kapitein of bij de zeevarende aan wie de kapitein het gebruik en beheer van de medische uitrusting heeft overgedragen.
- 1. De geneesmiddelen en antidota worden afgenomen bij een apotheker, hetgeen moet blijken uit een merk op de verpakking.
- 2. Op de verpakking van de bestanddelen van de medische uitrusting is voor zover mogelijk, het nummer aangebracht dat is vermeld in deze bijlage. Tevens is een afschrift van de controlelijsten bevestigd op de in artikel 4, eerste lid, van deze bijlage bedoelde kisten, kasten of ruimten.
- 3. Op de etiketten, aanwezig op de verpakking van de benodigdheden zijn zo veel mogelijk naast de Nederlandse, de Latijnse benamingen vermeld, overeenkomstig de nomenclatuur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
- 1. De jaarlijkse inspectie van de medische uitrusting vindt plaats voorafgaand aan de onderzoeken waaraan het schip wordt onderworpen in verband met de voor dat schip benodigde certificaten. De inspectie heeft geen betrekking op de in artikel 3 bedoelde medische uitrusting voor reddingsvlotten.
- 2. De kapitein stelt bij de inspectie een controlelijst op met daarop de benamingen en codes van alle geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota die ingevolge deze bijlage aan boord van het schip zijn vereist, en vermeldt daarbij zowel de voorgeschreven hoeveelheden als de daadwerkelijk aan boord aanwezige hoeveelheden. In voorkomend geval wordt tevens de houdbaarheidsdatum van die benodigdheden vermeld. De controlelijst vermeldt voorts de naam, de vlag en de thuishaven van het schip.
- 3. Indien de inspectie uitwijst dat de medische uitrusting van het schip in overeenstemming is met deze bijlage, ondertekent de kapitein de controlelijst en biedt hij deze aan de Inspectie Leefomgeving en Transport of, indien het onderzoek door een krachtens artikel 23 van het besluit aangewezen rechtspersoon wordt verricht, aan die rechtspersoon ter visering aan.