Bijlage 3c Regeling veiligheid zeeschepen: eisen aan offshoredienstschepen en hogesnelheidsoffshoredienstschepen van minder dan 500 gt

Regeling veiligheid zeeschepen

Hogesnelheidsoffshoredienstschepen als bedoeld in artikel 3a, eerste lid, onderdeel g, voldoen aan de eisen van paragraaf 3, onderdelen a tot en met k, met de uitzonderingen: Een hogesnelheidsoffshoredienstschip als bedoeld in artikel 6d, eerste lid, voldoet aan de eisen die de HSC-Code 2000 of de HSC-Code 1994 stelt aan vrachtschepen, met de volgende aanvullingen en uitzonderingen: Tijdens reizen waarop meer dan 12 personen worden vervoerd naast de bemanning, worden de te vervoeren hoeveelheden gevaarlijke stoffen beperkt tot de hoeveelheden zoals voorgeschreven in hoofdstuk 7, deel D, afdeling 7.17 van de HSC-Code 2000. Indien aangetoond kan worden dat een hogesnelheidsoffshoredienstschip, vol beladen en met een snelheid die 90% van de maximale vaarsnelheid tijdens de te ondernemen reizen niet verder dan 4 uur van een toevluchtsoord verwijderd is, dan mogen de eisen die in voorschrift 12.7.3 aan een ‘klasse A’ hogesnelheidspassagiersschip worden toegepast in plaats van de eisen van voorschrift 12.8.2.2. die aan een hogesnelheidsvrachtschip worden gesteld. In afwijking van voorschrift 13.14 is het op een hogesnelheidsoffshoredienstschip met een lengte van minder dan 30 meter toegestaan af te zien van een geluidsontvangstinstallatie indien er ramen aanwezig zijn aan de zijkant van de brug of indien het schip beschikt over open brugvleugels. Artikel 3.3.9 van het Besluit bemanning zeeschepen is van overeenkomstige toepassing op hogesnelheidsoffshoredienstschepen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bemanning zeeschepen in werking treedt.