Art. 24 Regeling keuring spoorvoertuigen, Compatibiliteit

Regeling keuring spoorvoertuigen

1. Stroomafnemers geïnstalleerd op spoorvoertuigen en geschikt voor 25 kV, voldoen aan de volgende eisen:

a. het dynamisch gedrag van stroomafnemers bevindt zich in een bandbreedte tussen tenminste 4800 mm en ten hoogste 5800 mm gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;

b. de stuit van de stroomafnemer is beperkt tot 5860 mm gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;

c. de breedte van de schuit bedraagt ten minste 1600 mm en ten hoogste 1950 mm;

d. het profiel van de schuit voldoet aan norm EN 50367;

e. het sleepstuk is vervaardigd van koolstof of gemetalliseerde koolstof als bedoeld in EN 50367;

f. de lengte van het sleepstuk bedraagt ten minste 800 mm;

g. de hoogte van de opdruk van de rijdraad bedraagt ten hoogste 120 mm;

h. de dynamische opdrukkracht bedraagt:

1°. ten minste 40 N;

2°. ten hoogste 200 N bij een snelheid van 160 km/u;

3°. ten hoogste 320 N bij een snelheid van 300 km/u;

4°. ten hoogste 350 N bij een overgang naar starre ophanging;

i. de scheefstand van de schuit van de stroomafnemer bedraagt ten hoogste 10 mm;

j. de stroomafnemer en alle elektrisch verbonden delen voldoen met betrekking tot de isolatieafstanden aan NEN-EN 50124-1 tabel A3 en met betrekking tot de kruipwegafstanden aan NEN-EN 50124-1 tabel A7 waarbij het elektrisch werkgebied van de stroomafnemer tussen 4700 mm en 5750 mm bedraagt, gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven;

k. de stroomafnemer kan vanuit de cabine automatisch en handmatig bediend worden;

l. de stroomafnemer is bij het neerzetten binnen 3 seconden 15 cm vanaf de rijdraad verwijderd;

m. de stroomafnemer is bij het opkomen binnen 10 seconden tot maximale hoogte opgeveerd;

n. de stroom door de stroomafnemer is nihil indien de stroomafnemer los komt van de rijdraad;

o. de systeemreactietijd is geminimaliseerd tot maximaal 2 seconden;

p. de afstand tussen de sleepstukken bedraagt maximaal 650 mm;

q. de afstand tussen opstaande stroomafnemers voldoet aan NEN-EN 50-367.

2. Indien de stroomafnemer defect raakt:

a. daalt de stroomafnemer automatisch neer tot dakligging voor spoorvoertuigen die geschikt zijn voor een hogere snelheid dan 160 km/u en

b. is deze binnen 1 seconde gedaald tot 20 cm onder de rijdraad.

3. Indien een trein is voorzien van meerdere stroomafnemers zijn deze niet elektrisch doorverbonden.