Bijlage XIX Regeling monitoring handel in emissierechten: bepaling tonkilometergegevens
Regeling monitoring handel in emissierechten
Deze bijlage behoort bij de artikelen 34g, onder e en i, 34j, eerste lid, onder b, onder 4°en 5°, 34t en 34ah, derde lid, onder g en h, van de regeling. Een vliegtuigexploitant die voornemens is een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, of artikel 16.39n, eerste lid, van de wet in te dienen, bepaalt de tonkilometergegevens van alle vluchten als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten die hij in het betrokken kalenderjaar uitvoert en waarvoor hij de verantwoordelijke vliegtuigexploitant is. De vliegtuigexploitant is verantwoordelijk voor de monitoring van een vlucht indien: De vliegtuigexploitant bepaalt de tonkilometergegevens met de volgende formule: tonkilometer = afstand * lading, waarbij: De vliegtuigexploitant bepaalt de afstand met de volgende formule: afstand = orthodromische afstand + 95 km, waarbij de orthodromische afstand wordt uitgedrukt in km. De lengte- en breedteligging van luchtvaartterreinen wordt ontleend aan de gegevens over de ligging van luchtvaartterreinen die op grond van bijlage 15 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) in de ‘Aeronautical Information Publications’ worden gepubliceerd, dan wel aan een bron die dergelijke AIP-gegevens gebruikt. Voor de berekening van de afstand ten behoeve van een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, en artikel 16.39n, eerste lid, van de wet worden AIP-gegevens gebruikt die geldig zijn op 31 december van het kalenderjaar waarop de tonkilometergegevens betrekking hebben. Indien geen AIP-gegevens aanwezig zijn voor luchtvaartterreinen, gebruikt de vliegtuigexploitant ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit de coördinaten van de desbetreffende luchtvaartterreinen en registreert hij deze overeenkomstig artikel 34ae. De vliegtuigexploitant beschrij
- a. zijn unieke ICAO-aanduiding als roepnaam voor de luchtverkeersleiding wordt gebruikt in vak 7 van het vluchtplan, of
- b. bij het ontbreken van een unieke ICAO-aanduiding als bedoeld onder a: de registratiemarkering van het door hem geëxploiteerde luchtvaartuig wordt gebruikt in vak 7 van het vluchtplan.
- − de afstand wordt uitgedrukt in km;
- − de lading wordt uitgedrukt in ton.
- − de lading wordt uitgedrukt in ton;
- − de massa van vracht en post wordt uitgedrukt in ton;
- − de massa van de passagiers en de geregistreerde bagage wordt uitgedrukt in ton.